De kans is groot dat jij ook een vloerkleed hebt liggen dat te klein is. Bijna iedereen maakt die fout: je staat in de winkel, ziet een kleed van 160x230 centimeter en denkt dat het ruim genoeg is. Thuis ligt het er dan alsof je een servet in een balzaal hebt neergelegd.
Een vloerkleed is meer dan decoratie. Het definieert zones, dempt geluid, trekt een kamer optisch samen en bepaalt de sfeer minstens evenveel als de kleur van je muren. Wie dat goed doet, heeft een woonkamer die er gebalanceerd uitziet. Wie het verkeerd doet, heeft een kamer die gefragmenteerd aanvoelt, hoe duur het meubilair ook is.
De meest gemaakte fout bij het kopen van een vloerkleed
Het kleed is te klein. Negen van de tien keer is dit het probleem. Mensen kiezen een kleed dat alleen onder de salontafel past, terwijl de bank, fauteuils en bijzettafels er met geen poot op staan. Daardoor zweeft elk meubel afzonderlijk en heeft de ruimte geen anker.
De vuistregel die ontwerpers hanteren: in een zithoek moeten minstens de voorpoten van alle meubels op het kleed staan. Liever alle vier. Een kleed van 200x300 centimeter is voor een gemiddelde woonkamer niet groot - het is normaal.
In de eetkamer gelden andere maatverhoudingen. Hier wil je minimaal 60 centimeter extra aan alle kanten ten opzichte van de tafel, zodat stoelen op het kleed blijven staan wanneer je ze uitschuift. Bij een tafel van 180x90 centimeter heb je dus minstens een kleed van 300x210 centimeter nodig. Kleiner betekent dat stoelpoorten door het kleed schuren elke keer dat iemand gaat zitten.
Zo bereken je de juiste maat
Gebruik schilderstape om de maat van het kleed dat je overweegt op de vloer af te bakenen. Doe dit voordat je koopt. Stap er omheen, ga zitten, schuif stoelen uit. Pas op dat moment weet je of de maat past.
Voor woonkamers zijn de meest bruikbare maten 200x300, 240x340 en 300x400 centimeter. Ga je voor een ronde ruimte, dan zijn cirkels van minimaal 200 centimeter diameter bruikbaar. Alles kleiner werkt alleen als bewuste designkeuze waarbij het kleed een accentrol speelt.
Op zoek naar meer tips over hoe meubels in een woonkamer samenkomen? Lees ook dit artikel over de opkomst van grote, lage banken in Nederlandse woonkamers, en waarom die keuze om een ander soort vloerkleed vraagt.
Organische vormen vervangen het standaard rechthoek
Het rechthoekige kleed is nog steeds het meest verkocht, maar wie nu showrooms bezoekt, ziet steeds meer kleden in organische vormen. Denk aan kiezelsteenvormen, golvende randen en asymmetrische contouren die doen denken aan abstracte sculpturen.
Die trend is geen gril. Organische vormen verzachten rechte meubellijnen en geven een ruimte meer beweging. In een woonkamer met een rechte bank, een rechthoekige salontafel en een vierkante vloer voegt een kleed met organische rand net genoeg tegenwicht toe om het geheel minder strak te laten aanvoelen.
Ze zijn ook praktischer dan ze op foto lijken. Het golvende randje zit aan de zijkanten; de gebruiksoppervlakte in het midden is even groot als bij een rechthoekig exemplaar van vergelijkbare afmetingen.
Kleedstapeling geeft diepte waar één kleed dat niet kan
Layering - het stapelen van meerdere kleden - is steeds vaker te zien in goed gestylde woonkamers. De methode is eenvoudig: je legt een groot, neutraal basiskleed neer, en daar bovenop een kleiner, opvallender kleed dat de zithoek markeert.
Het basiskleed is bij voorkeur egaal of subtiel gevlochten en houdt de vloer bij elkaar. Het bovenste kleed mag meer karakter hebben: een grafisch patroon, een gedurfde kleur of juist een opvallende textuur. Zo heb je het beste van twee werelden - een groot kleed dat de ruimte verankert, en een kleiner kleed dat de persoonlijkheid van de kamer bepaalt.
Qua kleur sluit dit goed aan op wat nu populair is: warme chocoladetinten, bordeauxrood en zandkleur die goed samengaan met de aardse muurkleuren die steeds vaker worden gekozen. Over wat één donkere muur met een kamer doet is hier eerder al uitgebreid geschreven, en een kleed in dezelfde donkere familie versterkt dat effect.
Hoogpolig is terug, en nu ook overdag
Hoogpolig tapijt had jarenlang een slecht imago. Te moeilijk schoon te houden, te tijdgebonden in stijl, te veel jaren-zeventig. Die periode is voorbij. Het hoogpolige kleed is terug, maar nu in gedempte kleuren en zonder het neplook van kunstmatige vacht.
De nieuwe variant is dikker en uniformer van structuur, met vezels van wol, viscose of een mengsel. In een woonkamer geeft zo'n kleed een warmte die een gladde gietvloer of een koud steenoppervlak niet kan bieden. Zeker in combinatie met een bank laag bij de grond en weinig meubels werkt het uitstekend.
Materiaal kiezen gaat verder dan uitstraling. Wol is duurzaam en veert terug na gebruik. Katoen is goedkoper maar slijt sneller en vlekt makkelijker. Viscose heeft een zijdeachtige glans maar vraagt zorgvuldig onderhoud. Voor gezinnen met kinderen of huisdieren is wol of een wollen mengsel veruit het meest praktisch, ook al betaal je er meer voor.
Kijk ook naar wat je vloer doet voor je kamer. De grijze vloer heeft zijn langste tijd gehad, en een warm vloerkleed over een koele ondergrond legt dat contrast precies bloot.
Wat een goed vloerkleed doet dat nieuw meubilair niet kan
Nieuw meubilair kost duizenden euro's en vereist maanden van nadenken over wat erin past. Een vloerkleed van de juiste maat, in de juiste kleur en met het juiste materiaal transformeert een kamer in een middag, voor een fractie van die prijs.
Dat is het onderschatte potentieel van het kleed. Het verbindt meubels die anders los van elkaar staan. Het trekt aandacht naar de vloer als designelement. Het dempt geluid in een ruimte die anders hard en echoachtig klinkt. En het bepaalt indirect de sfeer van de kamer, zelfs als je verder niets verandert.
Ga niet af op wat er in de winkel aanvoelt als al groot genoeg. Ga meten, gebruik tape, ga op de plek staan. Kies daarna een kleed dat minstens een maat groter is dan je eerste instinct aangeeft. De kans is groot dat je je woonkamer er daarna voor het eerst écht af vindt zien.