Tips & Advies

Dit gebeurt er als je aannemer failliet gaat

· 5 min leestijd

Je hebt eindelijk een aannemer gevonden, de eerste termijn is betaald en de sloophamer heeft net zijn werk gedaan. En dan valt er ineens niemand meer op te bellen. Bouwbedrijven gaan met enige regelmaat om, ook middelgrote aannemers met een keurige website en jarenlange ervaring. Als het jouw aannemer overkomt terwijl de badkamer half open ligt, sta je met meer vragen dan antwoorden. Wat gebeurt er met je contract, je aanbetaling en die stapel bakstenen op de oprit?

Het korte antwoord: het loopt zelden vanzelf goed af, maar je staat niet helemaal machteloos. Hieronder lees je wat een faillissement voor je verbouwing betekent en wat je vooraf kunt regelen om niet met een halfgesloopt huis achter te blijven.

Waarom een faillissement je verbouwing meteen stilzet

Zodra een aannemer failliet wordt verklaard, wijst de rechtbank een curator aan. Die curator neemt het bedrijf over, inventariseert de schulden en beslist wat er met lopende opdrachten gebeurt. Belangrijk om te weten: een faillissement beëindigt je aannemingsovereenkomst niet automatisch, tenzij daar expliciet iets over is vastgelegd in het contract. Dat betekent dat je niet zomaar zelf een nieuwe aannemer kunt inschakelen zonder risico op een schadeclaim vanuit de boedel.

In de praktijk ligt het werk dus stil totdat de curator duidelijkheid geeft. Dat kan dagen duren, maar ook weken. Personeel wordt vaak per direct naar huis gestuurd en materiaal dat al besteld is, komt soms niet meer aan omdat leveranciers hun facturen niet betaald zien.

Je aanbetaling ben je meestal kwijt

Het pijnlijkste deel: geld dat je al hebt overgemaakt, zie je zelden helemaal terug. Als concurrent schuldeiser sta je achteraan in de rij, achter de fiscus, de bank en het personeel. Bij een faillissement zonder voldoende baten in de boedel krijg je dus vaak niets uitgekeerd, ook al dien je netjes een vordering in bij de curator.

Dat is precies waarom het slim is om nooit te veel vooraf te betalen. Spreek termijnen af die gekoppeld zijn aan bereikte mijlpalen, en betaal nooit meer dan een kwart tot een derde van de aanneemsom voordat er daadwerkelijk werk is geleverd. Diezelfde discipline helpt trouwens ook om meerwerk niet stiekem je budget te laten opeten, want betalingen per mijlpaal dwingen je om steeds opnieuw te controleren wat er werkelijk is uitgevoerd.

Dit doe je als het je overkomt

Raakt je aannemer toch failliet, neem dan zo snel mogelijk contact op met de curator. Die kan vertellen of het project wordt voortgezet, door wie, en onder welke voorwaarden. Doe in de tussentijd geen nieuwe betalingen, ook niet als een onderaannemer je onder druk zet om "het werk toch even af te maken". Leg de stand van zaken vast met foto's en dateer alles, dat is later nodig bij zowel de curator als je eigen verzekering.

Vraag ook na of er nog materiaal op de bouwplaats ligt dat al door jou betaald is. Dat valt namelijk niet automatisch in de faillissementsboedel als je kunt aantonen dat het jouw eigendom is geworden.

Zo voorkom je dit vooraf

De beste bescherming regel je voordat er ook maar een muur is gesloopt. Aannemers die zijn aangesloten bij een garantiestelsel bieden vaak een verbouwgarantie: raakt de aannemer failliet, dan neemt een ander aangesloten bedrijf het project over tegen dezelfde voorwaarden. Zo'n garantie kost meestal een klein percentage van de aanneemsom, met een minimum van rond de honderd euro, en is voor de meeste middelgrote verbouwingen te overzien.

Vergelijk daarnaast altijd minimaal drie offertes en kijk verder dan de prijs. Vraag naar eerdere klussen, bel referenties na en check of het bedrijf al jaren bestaat. De Consumentenbond zet de belangrijkste selectiecriteria overzichtelijk op een rij, en dat is precies het huiswerk dat de meeste huiseigenaren overslaan omdat ze haast hebben. Diezelfde haast verklaart trouwens ook waarom veel aannemers je verbouwing pas maanden vooruit inplannen, want een bedrijf met een volle agenda is meestal financieel gezonder dan een aannemer die morgen al kan beginnen.

Wat een goed contract wel en niet regelt

Laat een ontbindend beding voor faillissement opnemen in de overeenkomst. Zonder die clausule zit je vast aan de curator en diens tempo, met zo'n beding kun je het contract zelf ontbinden zodra het faillissement een feit is. Leg ook een duidelijk opleverschema vast, gekoppeld aan concrete mijlpalen zoals ruwbouw klaar, installaties aangesloten en afwerking gereed. Zo weet je precies waar je staat als het misgaat, in plaats van te moeten gissen hoeveel werk er al daadwerkelijk is verricht.

Een schriftelijke garantie op het werk zelf is los daarvan ook geen overbodige luxe. Vraag altijd naar de garantietermijn op zowel materiaal als arbeidsloon, en laat dat op papier zetten voordat je tekent.

Zo kies je slimmer bij je volgende offerte

Een faillissement overkomt je meestal net op het moment dat je het niet verwacht, vaak nadat een aannemer maandenlang prima werk heeft geleverd. Toch is het risico met een paar concrete stappen goed te beperken: kleine betalingstermijnen, een garantiestelsel achter de hand en een contract met een ontbindend beding. Diezelfde voorbereiding voorkomt ook dat je verbouwing stiekem duurder uitpakt dan begroot, want beide problemen ontstaan vaak uit dezelfde oorzaak: te weinig grip houden op wie wat wanneer betaalt. Regel het voordat de eerste hamer valt, dan hoef je nooit met een curator te bellen.

M
Geschreven door Maarten de Groot Verbouwing & klussen schrijver

Maarten is timmerman met twintig jaar ervaring in de woningbouw en de littekens om het te bewijzen — inclusief dat ene ongelukkige incident met een decoupeerzaag waar hij liever niet over praat. Hij schrijft over verbouwen, klussen en renovatie met de nuchterheid van iemand die alles al een keer heeft zien misgaan, van instortende scheidingswanden tot waterleidingen die precies op vrijdagmiddag besluiten te lekken. Maarten begon als leerling-timmerman bij een kleine aannemer in Brabant en bouwde zijn kennis op van fundering tot dakkapel. Hij gelooft dat goede voorlichting de helft van de klussen voorkomt die hij later moet repareren, en schrijft daarom met het geduld van iemand die het al duizend keer heeft uitgelegd. Zijn motto: meet twee keer, zaag een keer, en lees eerst Maartens artikel.