Zonnepanelen zijn flink goedkoper geworden. Een installatie voor een gemiddeld rijtjeshuis kost in 2026 tussen de 4.500 en 6.500 euro, inclusief arbeid en omvormer. Dat is de helft van wat het vijf jaar geleden kostte. Maar goedkoper betekent niet dat je zomaar kunt tekenen. Wie drie offertes vergelijkt zonder te weten wat erin hoort te staan, kiest op het verkeerde onderdeel. Dit zijn de vier stappen die je beter regelt voor je de eerste installateur belt.
Controleer eerst de staat van je dak
Zonnepanelen gaan 25 tot 30 jaar mee. Je dak hopelijk ook, maar dat is niet altijd zo. Als een installateur je overtuigt om panelen op dakpannen te leggen die over vijf jaar toch al vernieuwd moeten worden, betaal je straks voor het tijdelijk demonteren en opnieuw plaatsen. Dat kost doorgaans 600 tot 1.000 euro extra, bovenop de dakvernieuwing die sowieso al nodig was.
Een dakdekker of bouwkundig adviseur beoordeelt binnen een uur of je dakbedekking nog tien jaar meegaat. Beschadigde of verzakte pannen, goten die al jaren niet goed afwateren of scheuren in de bitumen zijn signalen om je dak eerst te laten nakijken. Laat bij oudere woningen ook de nok controleren: een verweerde nok laat vocht binnenkomen precies op de plek waar de panelen later liggen. Pas als je dak in orde is, is een investering in zonnepanelen zinvol.
Bereken hoeveel je werkelijk verbruikt
Een installateur die zonder vragen meteen adviseert "tien panelen, prima voor u" is niet bezig met jouw situatie maar met zijn gemiddelde klant. Het juiste aantal hangt af van je jaarverbruik, de oriëntatie en de helling van je dak, en of je binnenkort een laadpaal of warmtepomp aansluit.
Een gemiddeld huishouden verbruikt rond de 3.000 kWh per jaar. Met 8 tot 10 goede panelen op een zuidgericht dak dek je dat grotendeels. Rij je elektrisch of kook je op inductie, dan loopt het jaarverbruik op naar 4.500 tot 6.000 kWh, en heb je eerder 14 tot 18 panelen nodig om er echt iets aan te hebben.
Zoek je jaarverbruik op via je energierekening of het portaal van je leverancier. Die ene handeling bespaart je minstens één gesprek vol onduidelijke offertes. Wil je de installatie combineren met een laadpaal, dan vraagt die combinatie soms ook een zwaarder aansluitpunt. De wachtlijsten voor meterkastverzwaring lopen inmiddels op, dus plan dat ruim van tevoren in.
Zo herken je een gecertificeerde installateur
Niet elke partij die zonnepanelen verkoopt, plaatst ze ook zelf. Soms werk je met een tussenpersoon die het werk uitbesteedt aan een onderaannemer die je nooit te zien krijgt en wiens kwalificaties je niet kunt controleren. Dat is een risico dat je pas merkt als er iets misgaat.
Kies voor een installateur die is aangesloten bij InstallQ. Via de website echteinstallateur.nl zoek je op postcode naar erkende bedrijven in jouw buurt. Een InstallQ-kwalificatie betekent dat de monteurs een vaktechnische opleiding hebben afgerond en dat het bedrijf periodiek wordt gecontroleerd op zijn werkwijze.
Vraag altijd ten minste drie offertes op, niet alleen om te onderhandelen over de prijs maar om te zien wat er wel of niet in staat. Twee aanbiedingen die er op het eerste gezicht identiek uitzien, zijn dat zelden als je doorleest. Die vergelijking geeft je ook de basis om gerichte vragen te stellen, bijvoorbeeld: waarom kiest de ene installateur voor micro-omvormers en de andere voor een centrale omvormer?
Wat er in een goede offerte staat
Een goede offerte is een werkbeschrijving, geen prijslijst. Ze vermeldt het exacte aantal panelen en het merk, het wattage per paneel, het type en merk omvormer, de montagewijze (haken op de dakpannen of een separate constructie op het dakvlak?), de aansluiting op de meterkast inclusief benodigde aanpassingen, de verwachte doorlooptijd van het werk en wat er na afloop wordt opgeruimd.
Ontbreekt een van deze punten, of staat er alleen "zonnepanelensysteem, 10 stuks, incl. installatie"? Dan vraag je aanvulling, of je legt de offerte terzijde. Wat voor een aannemer bij een grote klus geldt, geldt hier ook: een offerte zonder details is een uitnodiging tot discussie achteraf.
Twee garanties die je apart bijhoudt
Bij zonnepanelen krijg je altijd twee soorten garantie, en die zijn niet hetzelfde.
De productgarantie wordt afgegeven door de fabrikant. Die dekt defecte panelen en een minimumvermogen over de tijd. Fabrikanten garanderen doorgaans dat de panelen na 25 jaar nog minimaal 80 procent van hun originele vermogen leveren. Gaat een paneel eerder stuk, dan meld je dat bij de fabrikant, niet bij de installateur.
De installatiegarantie wordt afgegeven door het installatiebedrijf zelf. Die dekt het werk: de bevestiging, de bekabeling, de aansluiting op de meterkast. Een standaard garantietermijn is één tot twee jaar, maar kwalitatieve bedrijven bieden vijf jaar. Als het dak na anderhalf jaar lekt rond de montagebeugels, wil je dat dit onder de installatiegarantie valt en niet ten koste gaat van je eigen budget.
Leg beide garantiedocumenten apart op, noteer de vervaldatum en bewaar ze bij je verbouwdossier. De Consumentenbond beschrijft uitgebreid wat je in de installatieopdracht wil laten vastleggen voor je tekent.
Dit doe je deze week al
De meeste mensen wachten tot ze "er echt aan toe zijn". Maar wachtlijsten bij gecertificeerde installateurs lopen op tot vier tot zes weken, en de aansluitprocedure bij je netbeheerder vraagt daarna nog eens twee tot drie weken. Begin je in september, dan is een december-oplevering lang niet altijd meer haalbaar.
Ga concreet aan de slag: zoek je jaarverbruik op, laat je dak beoordelen door een dakdekker als het ouder is dan vijftien jaar, en vraag drie offertes op via echteinstallateur.nl. Je tekent pas als je die naast elkaar hebt gelegd. En wil je ook subsidie meepakken voor andere verduurzamingsmaatregelen? Lees ook hoe je meer subsidie voor dakisolatie haalt dan de meeste huiseigenaren verwachten.