Sloopbedrijf New Horizon noemt zichzelf geen sloper meer, maar een oogster. Wat ze uit een leegstaand pand halen, gaat niet naar de puinbreker maar naar architecten die werken aan andermans renovatie. Een hergebruikte gevelsteen kost rond de tachtig tot honderd euro per vierkante meter, vergelijkbaar met een nieuwe steen, en heeft een verhaal dat de baksteen uit de fabriek mist. Steeds meer Nederlandse architecten kiezen daarom voor de donorgevel als ze een aanbouw tekenen.
Hoe een donorpand in jouw woonkamer eindigt
Een donorpand is een gebouw dat gesloopt gaat worden en eerst zorgvuldig wordt ontmanteld. Bakstenen, balken, dakpannen, deuren en zelfs hele kozijnen worden er stuk voor stuk uitgehaald, schoongebikt, gesorteerd en op pallets richting een depot gestuurd. Vanuit dat depot kopen architecten of aannemers het materiaal voor renovatie- en aanbouwprojecten.
Voorheen ging dat hele pand de container in, gemengd met gips, isolatie en kit. Nu wordt het pand geoogst. Volgens urban mining is het idee simpel: een stad zit vol met grondstoffen die je al een keer hebt ontgonnen, dus die hoef je niet voor de tweede keer uit de klei van de Waal te halen. New Horizon heeft inmiddels naar eigen zeggen voor zeventig miljoen euro aan ontmantelingsopdrachten in de pijplijn zitten en hoort daarmee bij de grootste sloopbedrijven van het land.
Waarom architecten oude stenen beter vinden dan nieuwe
Een hergebruikte steen heeft een textuur die je met fabrieksbakstenen niet voor elkaar krijgt. De kleurnuances lopen door elkaar, de hoeken zijn licht afgesleten, en hier en daar zit nog een streepje voeg. Dat geeft een gevel direct die ingelopen uitstraling die mensen vroeger pas na vijftig jaar regen kregen.
Er is ook een technisch argument. Oudere bakstenen zijn vaak gebakken op hogere temperaturen en in kleinere batches, met lokaal gewonnen klei. Het resultaat is een steen die dichter is en minder water opneemt. Dat scheelt op de lange termijn vorstschade, schimmelvorming en onderhoud. Vooral bij een aanbouw aan een bestaande baksteengevel komt dat goed uit, omdat een oude steen visueel veel sneller aansluit op het bestaande werk dan een gloednieuwe machinaal gevormde tegelhanger.
Wat het echt kost en wat je terugkrijgt
De prijs van een hergebruikte gevelsteen schommelt grofweg rond de tachtig tot honderd euro per vierkante meter, exclusief sorteer- en schoonmaakkosten. Dat is vergelijkbaar met een mid-range nieuwe baksteen. De winst zit dus niet in goedkoper materiaal, maar in een combinatie van CO2-besparing, een uniek uiterlijk en het wegvallen van afvalkosten.
Houd er rekening mee dat het aanbod onvoorspelbaar is. Een depot heeft 8.000 stenen in een rossige tint en daarna een halfjaar niets. Wie zijn aanbouw helemaal in hergebruikte steen wil optrekken, moet eerder beslissen welk materiaal hij krijgt. Dat keert de gebruikelijke volgorde om: eerst kies je je steen, dan past de architect zijn ontwerp aan op wat het depot heeft liggen. Wie zich daar niet aan kan vasthouden, raakt snel in de problemen met meerwerk. We schreven eerder al hoe je voorkomt dat materialen kiezen onderweg de duurste fout van je verbouwing wordt.
Niet alle stenen zijn even goed herbruikbaar
De achilleshiel van de hele beweging zit in het cement. Vanaf de jaren zestig werd er in Nederland vaker gemetseld met portlandcement in plaats van zachtere kalkmortel. Die cementen voeg laat de steen niet meer los. Bij ontmanteling sneuvelt al snel dertig procent van de stenen, en wat overblijft heeft soms zo veel mortel op de rug zitten dat schoonmaken duurder is dan een nieuwe steen kopen.
Daarom kijken oogstbedrijven het liefst naar panden van voor 1960: boerderijen, schoolgebouwen, oudere portiekflats. Volgens een interview op het platform Circulaire Bouweconomie ligt daar de echte oogst, omdat de kalkmortel daar nog losklopt met een troffel. In nieuwere panden gaat het rendement onderuit.
Voor jouw renovatie betekent dat: hoe ouder de donorbron, hoe groter de kans dat je een gelijkmatige partij in handen krijgt. Vraag bij een depot altijd door naar het bouwjaar en de mortelsoort. Een leverancier die dat antwoord niet paraat heeft, levert vaak een gemengde partij die op de gevel een onrustig beeld geeft.
Hoe je dit zelf op tafel krijgt bij je architect
Het verschil tussen meegaan en achteraan lopen zit in de offerte-aanvraag. Vraag je architect of aannemer expliciet om twee varianten: één met nieuwe gevelsteen en één met hergebruikte. Vraag vervolgens om de bron van het depot, het oogstpand, en een monster van minimaal twintig stenen. Op een vlak van een halve vierkante meter zie je pas of de kleur klopt en of het mengsel rustig genoeg is om naast je bestaande gevel te staan.
Combineer dit met een aannemer die ervaring heeft met het verwerken van afwijkende maten. Oude stenen zijn vaak iets dikker of dunner dan de moderne waalformaten, dus je metselaar moet zijn lagen en voegen daarop aanpassen. Een bouwer die alleen met standaardmaten werkt, hakt anders zijn marge er bovenop. En zoals we eerder schreven over de opmars van lattengevels: gevelmateriaal is allang geen detail meer maar bepaalt of een aanbouw goedkoop of duur oogt.
Dit is wat je morgen anders doet
Plan je een aanbouw of een uitbouw in de komende twee jaar, bel dan deze week één urban-miningdepot in jouw regio en vraag wat ze op voorraad hebben. Niet om meteen te kopen, maar om te weten welke kleurpartijen er beschikbaar zijn voordat je architect zijn definitieve ontwerp inlevert. Dat ene telefoontje verschuift de hele logica van je gevel: je kiest niet meer uit een fabriekscatalogus, maar uit wat de stad zelf aan jou wil teruggeven. En tegen de tijd dat je metselaar begint, sluit je nieuwe muur al naadloos aan op de oude alsof hij er altijd al heeft gestaan.