Sinds januari mag de drempel tussen je woonkamer en de tuin maximaal twee centimeter hoog zijn. Bij elke nieuwe woning, elke aanbouw die als nieuwbouw telt, en elke ingrijpende verbouwing die onder de nieuwbouweisen valt. De jarenlange strijd tussen architecten en aannemers over die ene dorpel is daarmee in een pennenstreek beslecht. Wie in 2026 verbouwt of laat aanbouwen krijgt te maken met een nieuwe standaard die er anders uitziet dan de gebruikelijke houten of aluminium drempel van zeven tot twaalf centimeter. En die nieuwe standaard verandert meer dan je denkt.
Wat de regel precies inhoudt
De wijziging staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving, kortweg het Bbl. Op de route tussen het verblijfsgebied (de woonkamer of een verblijfsruimte) en de verplichte buitenruimte (balkon, terras, of tuin) mag het hoogteverschil nooit groter zijn dan 0,02 meter. Twee centimeter dus. Voor een nieuwbouwwoning is dat absoluut. Voor een verbouwing geldt het in de praktijk zodra je een ingrijpende renovatie doorvoert die onder de nieuwbouwregels valt, een complete uitbouw met eigen vergunning bijvoorbeeld, of een totaalvernieuwing van de achtergevel.
De achtergrond is toegankelijkheid. De Tweede Kamer wilde dat iedereen, met of zonder rolstoel, rollator of kinderwagen, zonder gevecht naar buiten kan. Dat lijkt klein, tot je zelf eens met een bakje koffie in de ene hand en de tuindeur in de andere over een drempel van twaalf centimeter probeert te stappen.
Waarom architecten dit al jaren wilden
Een drempelloze overgang stond op het verlanglijstje van vrijwel elke architect die in de afgelopen tien jaar een aanbouw met schuifpui heeft getekend. Het probleem zat nooit in het ontwerp, maar in het detail. Hoe houd je het water buiten als je geen verhoging hebt? Hoe voorkom je dat een fikse plensbui via de pui de woonkamer in stroomt?
De antwoorden bestonden, maar werden vaak weggestreept omdat ze duurder waren dan een gewone dorpel. Met de nieuwe eis verdwijnt die discussie. Aannemers moeten nu wel met een waterdichte oplossing komen, anders haalt de aanbouw geen oplevering. Wat tot voor kort als luxe gold, is in een halfjaar tijd basisuitvoering geworden.
De drie oplossingen die je in 2026 ziet
Er zijn drie technieken die nu standaard zijn in moderne aanbouwen. Elk heeft eigen voor- en nadelen, en welke past hangt af van je gevel, je orientatie en je budget.
Een lijngoot direct voor de pui. Een smal RVS rooster, vaak van merken als ACO of BG-Graspointner, vangt het water op en voert het via een buis weg richting de regenwaterafvoer. Het rooster ligt vlak met je terras en is bijna onzichtbaar. Werkt op vrijwel elke woning en is daardoor de meest gekozen oplossing.
Een verzonken kozijn. Het kozijn van de schuifpui zit in een uitsparing in de vloer, waardoor de bovenkant van de drempel gelijk loopt met de afgewerkte vloer. Vraagt om vroeg meedenken bij de constructie, want het werkt alleen als de fundering en het isolatiepakket erop ontworpen zijn. Bij een nieuwbouwaanbouw is dit haalbaar, bij een vervanging in een bestaand huis vaak niet.
Een diep overstek of luifel. De simpelste oplossing als je woning dat toelaat. Een dak boven de pui dat ten minste een meter naar buiten steekt zorgt dat regen nooit verticaal op de drempel valt. Werkt op het noorden minder goed, maar redt veel kozijnen op het zuiden of westen. De drie kunnen ook gecombineerd, en een lijngoot plus overstek is wat je in nieuwbouwprojecten tegenwoordig overal ziet.
Wat dit betekent voor je verbouwing
Voor een lichte renovatie, dus alleen schilderen, vloer leggen of keuken vervangen, verandert er niets. Je bestaande dorpel mag blijven zoals hij is. Voor een serieuze aanbouw of een complete vernieuwing van de achtergevel ligt het anders. Je aannemer moet de tweecentimetereis halen, en dat betekent dat hij vroeg in het ontwerp keuzes moet maken. Wacht je tot de pui besteld is, dan zit je vast aan een dorpel die niet voldoet en kun je zo nog vijf weken aan de wijziging plakken.
De extra kosten lopen sterk uiteen. Een lijngoot inclusief afvoer kost grofweg achthonderd tot vijftienhonderd euro voor een gemiddelde schuifpui. Een verzonken kozijn is duurder vanaf de funderingsfase, maar als je toch graaft scheelt dat. Vraag de aannemer om een aparte regel op de offerte zodat je weet wat de drempelloze uitvoering kost ten opzichte van een traditionele dorpel. Lees ook waarom je in elke offerte een meerwerkclausule wilt, want zonder die afspraak loopt de rekening achteraf snel op.
De fout die nu nog steeds wordt gemaakt
De grootste valkuil heeft niets met de regel te maken, maar met de uitvoering. Aannemers die voor het eerst een drempelloze pui plaatsen vergeten regelmatig de waterkering onder het kozijn. Het lijkt te werken, jaar een is droog, maar zodra de eerste herfststorm uit het westen komt sijpelt water onder de pui door, langs de isolatie naar de spouw. Anderhalf jaar later staat de schimmel aan de binnenkant van de wand.
Vraag bij oplevering altijd naar de waterkerende laag onder het kozijn en de aansluiting op de lijngoot. Laat de aannemer foto's maken voordat alles dicht zit. Dat is geen wantrouwen, dat is gewoon goede praktijk. Wie een aanbouw bouwt met grote glaspartijen kan ook overwegen de pui te combineren met een doorlopend dakelement, zoals beschreven in deze trend van architecten die voor lichtstraten kiezen, omdat dat extra beschutting biedt boven het meest kwetsbare punt.
Dit is wat je morgen anders doet
Moet je nog beginnen met je verbouwing? Voeg dan twee dingen toe aan je gesprek met de architect of aannemer. Ten eerste, vraag expliciet hoe de drempelloze overgang wordt opgelost en welke waterafvoer erbij hoort. Ten tweede, laat dat antwoord zwart op wit terugkomen in de offerte, met merknaam en prijs van de lijngoot of het verzonken systeem. De wettelijke deadline ligt achter ons, maar in de bouwpraktijk pakt iedereen het op zijn eigen manier op. Dat verschil zit niet in de norm, dat zit in de detaillering. En de detaillering bepaalt of jouw woonkamer over vijf jaar nog droog is.
De nieuwe regel staat trouwens uitgebreid beschreven in de toelichting van Omgevingsweb op de Bbl-wijzigingen van 2026, voor wie zelf de fijne tekst wil nalezen. En voor wie zich afvraagt of dit lijkt op de andere regelwijzigingen die dit jaar in werking treden, ja. De energielabelplicht voor monumenten volgt dezelfde lijn van een hogere standaard die in een keer voor iedereen geldt. Het Bouwbesluit is in 2026 niet meer iets wat alleen je aannemer hoort te kennen.