Achtenveertig woongebouwen streden dit jaar mee voor de titel, maar de jury van de Architectenweb Awards hield er maar zes over. Op 4 november wordt bekend welk gebouw zich Woongebouw van het Jaar 2026 mag noemen, en de shortlist laat precies zien waar de Nederlandse woningbouw nu staat. Hout in plaats van beton, bomen die meegroeien met balkons, en in Amsterdam een glijbaan tussen twee verdiepingen.
De zes projecten werden gekozen door een onafhankelijke jury van architecten: Loes Thijssen, Do Janne Vermeulen, Dirk Peters, Laura Atsma, Tom Bergevoet en Jeroen Zuidgeest. Volgens hen lag het niveau dit jaar zo hoog dat ze in deze categorie bewust meer projecten nomineerden dan in de andere Architectenweb-categorieën, die elk met minder nominaties toe konden. Woongebouwen kregen dit jaar dus relatief veel podiumplekken, en dat is meteen een signaal: nergens wordt in de Nederlandse architectuur op dit moment zo hard geëxperimenteerd als in de woningbouw. Dit zijn de zes kanshebbers.
Cornelis in Amsterdam zet in op een grote entree en een glijbaan
FARO en Van Bergen Architectura tekenden voor Cornelis, gezinswoningen aan de Cornelis Lelylaan in Amsterdam-West, vlak bij de A10. Wat opvalt is de royale entreehal, waar bewoners elkaar treffen in plaats van meteen naar hun eigen trappenhuis te lopen. Op de terrassen zijn de trappen tussen verdiepingen met elkaar verbonden, en op een van die verbindingen ligt gewoon een glijbaan. Een klein detail, maar het typeert een trend die je ook terugziet in hoe architecten de grens tussen tuin en huis laten vervagen: gangen en trappenhuizen worden steeds vaker verblijfsruimte in plaats van doorgangsruimte.
De Nieuwe Meent en Matchbox bouwen grotendeels in hout
Bij Amsterdam Science Park staat De Nieuwe Meent, een coöperatieve woonvorm van Time to Access en Office Raumplan die grotendeels uit hout is opgetrokken. 55 procent van de ruimte is privé, 45 procent gedeeld: een gemeenschappelijke keuken, een dakterras en werkplekken die bewoners samen gebruiken. In Eindhoven doet Matchbox van KAAN Architecten iets vergelijkbaars op Strijp-S, waar winkels, kantoren en 36 sociale huurwoningen rond een verhoogde binnenplaats zijn gegroepeerd, eveneens in een houten constructie.
Dat twee van de zes genomineerden zo nadrukkelijk voor hout kiezen, is geen toeval. We schreven eerder al over waarom steeds meer Nederlandse huizen van hout worden gebouwd, en deze nominaties bevestigen dat het inmiddels verder gaat dan een paar koplopers. Hout bouwt sneller, weegt minder en heeft een kleinere CO2-voetafdruk dan beton, en dat telt zwaar mee in een jury die op meer dan alleen esthetiek beoordeelt.
De Juffer in Pijnacker laat twintig bomen meegroeien met de balkons
WE Architecten en ZUS ontwierpen De Juffer aan de Plas van Buijsen in Pijnacker: 23 appartementen waarbij twintig bomen zijn geplant en de balkons letterlijk om de toekomstige boomkronen heen zijn gevouwen. Over tien jaar groeien de balkons dus mee met het groen in plaats van eromheen, wat betekent dat de architecten al bij de tekentafel rekening hielden met een gebouw dat er over een decennium heel anders uitziet dan bij de oplevering. Het is een van de duidelijkste voorbeelden dit jaar van natuurinclusief bouwen, waarbij groen geen decoratie achteraf is maar onderdeel van het ontwerp vanaf de eerste schets. Voor een gemeente als Pijnacker, waar nieuwbouw en groen elkaar niet altijd goed verdragen, is dat een aanpak die navolging verdient.
Kaap en Nieuw Bergen tonen twee heel verschillende opgaven
Aan het IJ in Buiksloterham bouwde Orange Architects Kaap, met beneden een betonnen skelet en daarboven een volume in cortenstaal, een knipoog naar de industriële haventraditie van die plek. In Eindhoven werkte MVRDV juist aan een grootschaliger opgave: Nieuw Bergen combineert transformatie van bestaande gebouwen met vijf nieuwe volumes, waaronder een toren van zeventien verdiepingen, en voegt in totaal 237 woningen toe. De daken staan overal in een hoek van 45 graden, zodat elke woning voldoende daglicht krijgt, ook de appartementen die anders in de schaduw van de toren zouden vallen.
Waar Kaap dus een compact, karakteristiek ontwerp is voor één plek aan het water, laat Nieuw Bergen zien hoe je op wijkschaal woningen toevoegt zonder dat het licht en de leefbaarheid eronder lijden. Beide opgaven komen dit najaar terug in de discussie, want de winnaar van Woongebouw van het Jaar 2026 wordt gekozen uit precies deze zes uitersten.
Wat je hieraan hebt als je zelf gaat verbouwen of bijbouwen
Je gaat waarschijnlijk geen appartementencomplex met dakterras bouwen, maar de keuzes van deze architecten zijn ook op kleine schaal te vertalen. Denk aan een houten in plaats van stenen aanbouw, een boom die je bewust laat staan in plaats van rooit voor een extra parkeerplek, of een trap die meer is dan een functionele verbinding tussen verdiepingen. Het zijn precies de details die een verbouwing van standaard naar bijzonder tillen, zonder dat het budget torenhoog wordt.
Deze nominaties zijn dan ook een goede inspiratiebron voor wie binnenkort zelf aan de slag gaat: niet om te kopiëren, maar om te zien welke keuzes architecten nu maken en waarom. Wie meer wil weten over de bredere prijzenwereld in de architectuur, vindt achtergrond bij de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus, die jaarlijks een vergelijkbare prijs voor het beste gebouw van Nederland uitreikt.