Interieur

Waarom zellige tegels nu in elke keuken opduiken

· 5 min leestijd

De keuken mocht jarenlang wit zijn. Gladde, strakke kastdeurtjes, een witte composiet aanrecht, en een smalle achterwand-strook van tegeltjes die er niet toe deden. Die tijd is voorbij. De zellige tegel neemt nu die lege achterwand in, en doet dat met karakter.

Niet met de perfecte symmetrie van een metro tile, maar met onregelmatige randjes, lichte kleurvariaties en kleine onvolmaaktheden die precies het effect geven dat interieurontwerpers nu nastreven: alsof die wand al jaren zo zit, en dat goed vindt.

Wat zijn zellige tegels

Zellige (spreek uit: zell-iezje) zijn kleine, glazuurde tegels die origineel uit Marokko komen. Ze worden met de hand gemaakt en gebakken, waardoor elke tegel net iets anders uitvalt. De standaardmaat is 10 bij 10 centimeter, soms kleiner. Het glazuur wordt aangebracht op ongebakken klei, die daarna met een fijnere kleilaag wordt afgewerkt. Dat geeft die typisch licht ongelijke oppervlakte.

De kleur is altijd diep en verzadigd. Olijfgroen, blauw-grijs, terracotta, okergeel. Witte varianten bestaan, maar het is juist de kleur - gecombineerd met al die kleine variaties per tegel - die hem zo onderscheidend maakt. Hij vangt het licht op een manier die machinaal geproduceerde tegels niet voor elkaar krijgen.

Waarom dit moment

Tot een jaar of drie geleden was zellige voor de meeste verbouwers een niche-keuze. Je zag hem in boutique hotels en tijdschriften, zelden in een gewone Nederlandse verbouwkeuken. Dat is veranderd, en om drie redenen.

Allereerst: de beschikbaarheid. Interieurzaken en gespecialiseerde tegelshops voeren zellige nu standaard. Importeren is niet meer nodig. Ten tweede: de prijs. Een vierkante meter kost nu tussen de zeventig en honderdvijftig euro, vergelijkbaar met kwalitatief goede keramische tegels. En ten derde past de tegel precies in de doorleefde, minder perfecte interieurrichting die nu dominant is. Na jaren van glad, wit en symmetrisch mag het er weer wat onregelmatiger uitzien, en zellige is daarin heel specifiek goed.

Waar je hem het best plaatst

De klassieke toepassing is de achterwand achter het fornuis of aanrecht, van blad tot plafond. Niet als een smalle strook, maar als een volledige wand - breed en hoog. Dat is ook de variant die je het vaakst ziet: één kleur, volle breedte, geen fratsen. Sterk en rustig tegelijk.

Een tweede optie is de gehele zijwand van een keuken die verder weinig te bieden had. Zeker in een open keuken, waar de wanden zichtbaar zijn vanuit de woonkamer, werkt dat goed. Een derde gebruik, al minder gebruikelijk, is de gehele keukenruimte: vloer én wand. Dat vraagt om een ruimte die groot genoeg is, anders wordt het druk.

Wat minder goed werkt: zellige als accent op willekeurige plekken, of als smalle nis achter de keukenkraan. De tegel heeft massa nodig. Een klein vlakje valt weg naast sterke keukenkasten; een grote wand maakt het verhaal compleet. Als je ook een werkkeuken achter je open keuken overweegt, is een doorgaande zellige-wand een goede manier om beide zones visueel te verbinden.

Wat het kost en waar je extra rekening mee houdt

Een keukenachterwand van drie bij twee-en-een-half meter - 7,5 m² - kost in materiaal tussen de 525 en 1.125 euro. Legkosten liggen hoger dan bij standaardformaten: rekenen op 30 tot 50 euro per vierkante meter, omdat de handgemaakte tegels meer aandacht vragen bij het verlijmen. Totaal inclusief egaliseren en voegen: reken op 1.200 tot 2.000 euro voor een standaard keukenwand.

Let op goedkope varianten in webshops. Sommige verkopen zellige-look tegels die machinaal zijn gemaakt. Op foto zien ze er prima uit, maar van dichtbij is de gesimuleerde structuur direct te herkennen. De echte onregelmatigheid zit in het materiaal zelf, niet in een reliëf dat er bovenop is gedrukt.

Drie dingen die kopers vaak vergeten

Bestel altijd tien tot vijftien procent extra. Zellige is handgemaakt, en kleine kleurverschillen per batch zijn normaal. Als je later bijbestelt, omdat er een tegel breekt of de wand toch groter wordt, past de nieuwe batch mogelijk niet meer. Dat is niet op te lossen met bredere voegen.

De voegbreedte is geen bijzaak. Zellige wordt traditioneel gelegd met brede voegen: drie tot vijf millimeter. Dichtgezet of voegvrij ziet het er onnatuurlijk uit, en de sfeer waarvoor je de tegel koopt ontbreekt dan volledig. De voeg is onderdeel van het totaalplaatje.

Zellige is poreus. Zonder een goede sealant trekt olie en stoom in het glazuur, zeker op een achterwand achter een gasfornuis. Laat de tegel na het voegen impregneren, of kies voor varianten die al behandeld worden geleverd. Goede leveranciers vertellen dit vanzelf; bij twijfel: vraag ernaar.

Groen en terracotta zijn de veiligste keuzes

Wie niet weet welke kleur, kan weinig fout doen met olijfgroen of terracotta. Olijfgroen combineert met vrijwel alles: hout, wit stucwerk, zwart staal. Terracotta geeft warmte en werkt goed naast naturel hout of lichte kastdeurtjes.

Blauw is mooi, maar vraagt om een keuken die al een duidelijke richting heeft; anders slaat het dood. Wit zellige is de minst spannende keuze: je koopt de tegel dan voor zijn structuur, niet voor zijn kleur. Dat is prima, maar voor puur wit kun je ook een goede metro tile nemen voor een stuk minder geld.

Wil je de rest van je keuken ook goed aanpakken? Bekijk hoe je je keuken ververst voor een fractie van de prijs. En als je ook elders in huis iets wilt doen zonder grote verbouwing: kalkverf geeft je muren karakter voor weinig geld, en sluit qua sfeer goed aan bij de doorleefde uitstraling van zellige.

M
Geschreven door Maarten de Groot Verbouwing & klussen schrijver

Maarten is timmerman met twintig jaar ervaring in de woningbouw en de littekens om het te bewijzen — inclusief dat ene ongelukkige incident met een decoupeerzaag waar hij liever niet over praat. Hij schrijft over verbouwen, klussen en renovatie met de nuchterheid van iemand die alles al een keer heeft zien misgaan, van instortende scheidingswanden tot waterleidingen die precies op vrijdagmiddag besluiten te lekken. Maarten begon als leerling-timmerman bij een kleine aannemer in Brabant en bouwde zijn kennis op van fundering tot dakkapel. Hij gelooft dat goede voorlichting de helft van de klussen voorkomt die hij later moet repareren, en schrijft daarom met het geduld van iemand die het al duizend keer heeft uitgelegd. Zijn motto: meet twee keer, zaag een keer, en lees eerst Maartens artikel.