In Eindhoven staan binnenkort vier woningen die niet gemetseld zijn, maar geprint. Geen gimmick voor een architectuurbeurs, maar een gewoon koophuis met een hypotheek, een sleuteloverdracht en een postcode. De woningen gingen begin november in de verkoop en binnen tien dagen was alles vergeven. Wie nu nog een 3D-geprint huis wil, moet wachten op de volgende ronde.
Dat 3D-printen in de bouw zou doorbreken, wordt al jaren voorspeld. Nu gebeurt het echt, en niet alleen in Eindhoven. Twee recente Nederlandse projecten laten zien hoe verschillend die toekomst eruit kan zien: een rotsachtige villa van beton in Brabant, en een compact huisje van houtcomposiet dat in een fabriek in IJsselstein wordt gemaakt.
Rotswoningen in Eindhoven, geïnspireerd op Bryce Canyon
Het gaat om project Milestone, hetzelfde project dat in 2021 al de eerste bewoonbare 3D-geprinte woning ter wereld opleverde. Die eerste woning was een gelijkvloerse huurwoning. De vier nieuwe exemplaren aan de Bosuil in Eindhoven zijn een flinke stap verder: het zijn koopwoningen van twee of drie verdiepingen, iets wat bij geprint beton technisch een stuk lastiger is dan één laag op de begane grond.
De twee woningtypes heten Hoodoo en Navajoo, vernoemd naar de rotsformaties van Bryce Canyon in de Verenigde Staten waar het ontwerp op geïnspireerd is. Dat zie je terug in de golvende, ronde gevels die met beton simpelweg niet te metselen zouden zijn. De woonoppervlakte varieert van 113 tot 124 vierkante meter en de prijzen beginnen bij 635.000 euro vrij op naam. De bouw start naar verwachting medio 2026, de sleuteloverdracht is voorzien voor het voorjaar van 2027.
Wat dit project technisch bijzonder maakt: de woningen ontlenen hun constructieve sterkte volledig aan het geprinte beton zelf, zonder aanvullende dragende constructie. Wereldwijd is dat nog uniek voor meerlaagse geprinte woningbouw. De onderdelen worden in de fabriek van Saint-Gobain Weber Beamix geprint en vervolgens op locatie samengevoegd door bouwbedrijf Van Wijnen.
Waarom dit meer is dan een pr-stunt
Het is verleidelijk om een geprint huis als curiositeit weg te zetten, maar de onderzoekers van de TU Eindhoven werken al sinds 2019 aan de techniek erachter. Wat begon als één proefwoning is uitgegroeid tot een productieproces waarbij vier huizen tegelijk geprint kunnen worden met een gegarandeerde betonkwaliteit, iets dat vooral kwam door het modelleren van alle processen in de printer zelf. De TU Eindhoven beschrijft hoe de eerste bewoonster in 2021 haar sleutel kreeg van een huis dat volledig voldeed aan het Nederlandse Bouwbesluit, precies dezelfde eisen als een traditioneel gebouwd huis.
Dat onderscheidt Milestone van veel geprinte projecten in het buitenland: het is geen showcase, maar een woning die door dezelfde regels moet komen als jouw eigen verbouwing of aanbouw. Vergunningen, isolatiewaarden, brandveiligheid, alles gewoon volgens de Nederlandse norm. Ben je zelf bezig met een verbouwing, dan herken je waarschijnlijk hoeveel gedoe die toetsing kan opleveren. Lees ook ons artikel over de nieuwe bouwregels van dit jaar als je daar meer over wilt weten.
Everdingen laat een heel ander soort geprint huis zien
Terwijl Eindhoven inzet op beton en schaalvergroting, gaat het in Everdingen juist over compact en circulair. Daar staat een 3D-geprint huis van houtvezel-biocomposiet met een woonoppervlak van 32 vierkante meter: woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer en een technische unit, allemaal in één bouwpakket. Het huis staat op tien schroefpalen, waardoor de fundering demontabel is en het hele huis in theorie weer weggehaald kan worden zonder sporen achter te laten.
Het bijzondere zit in de productiewijze. De wand- en dakrandelementen worden niet op de bouwplaats geprint, maar in een fabriek in IJsselstein, met een printtijd van 20 uur per compleet wandelement. Op locatie worden de onderdelen alleen nog gemonteerd. Dat verschuift het bouwrisico van de modderige bouwplaats naar een gecontroleerde fabrieksomgeving, waar maatvoering en planning veel beter te sturen zijn. Overweeg je zelf een compacte aanbouw of tiny house in de tuin, dan is ons artikel over kleiner bouwen om kosten te besparen een logische vervolgstap.
Wat 3D-printen oplost voor een sector die vastloopt
De Nederlandse bouw kampt al jaren met een combinatie van personeelstekort, lange doorlooptijden en een groeiend woningtekort. Printen lost dat niet in één klap op, maar het pakt wel een paar knelpunten tegelijk aan. Er is minder metsel- en bekistingswerk nodig, complexe vormen kosten geen extra arbeidsuren, en een deel van het proces verhuist naar de fabriek, waar minder afhankelijkheid is van weer en beschikbaarheid van vakmensen.
Het past ook bij een bredere verschuiving richting prefab en modulair bouwen die je nu overal in de sector ziet, van complete badkamers tot kant-en-klare gevelelementen. Zelf schreven we al eerder over de plannen om aanbouwen straks standaard uit de fabriek te laten komen, en dezelfde logica zie je nu terug in geprinte woningen: minder onzekerheid op de bouwplaats, meer controle vooraf.
Wat dit betekent voor je eigen bouwplannen
Voor de meeste huiseigenaren verandert er dit jaar nog niets concreets. Een geprinte koopwoning in Eindhoven kost ruim zes ton en de wachtlijst voor de volgende ronde is nog niet eens geopend. Maar de techniek waait wel door naar de rest van de markt. Aannemers experimenteren met geprinte funderingselementen, geprinte tuinmuren en zelfs geprinte overkappingen, vaak zonder dat je het als koper doorhebt dat een onderdeel uit een printer komt in plaats van van de steenfabriek.
Ben je aan het verbouwen of denk je na over een aanbouw, dan is de praktische les vooral dit: vraag je aannemer gerust of er prefab of geprinte onderdelen beschikbaar zijn voor jouw project. Bij grotere, herhaalbare elementen zoals gevels of tuinmuren kan dat tegenwoordig sneller en soms zelfs goedkoper zijn dan traditioneel maatwerk, en de kwaliteitscontrole gebeurt gewoon in de fabriek in plaats van op een regenachtige bouwplaats.