Interieur

Onvolmaakt is het nieuwe perfect in je woonkamer

· 5 min leestijd

Een tijdlang moest alles in huis strak en foutloos ogen. Rechte lijnen, gladde muren, meubels zonder een spoor van gebruik. Die periode loopt op zijn einde. Steeds meer Nederlandse interieurontwerpers kiezen bewust voor materialen die er niet perfect uitzien: keramiek met zichtbare luchtbelletjes, stof met rafelranden, muren met een ruwe korrel. Het is geen slordigheid, het is een keuze.

De trend heeft wortels in het Japanse wabi-sabi, de gedachte dat schoonheid juist zit in vergankelijkheid en onvolmaaktheid. Maar wat er nu in Nederlandse woonkamers gebeurt, is minder filosofisch en veel praktischer: mensen zijn de gladde, fabrieksnette look zat en willen spullen die een verhaal vertellen.

Waarom perfectie ineens saai voelt

Jarenlang bepaalden Scandinavisch minimalisme en industriële stijl de toon: strak, functioneel, herhaalbaar. Precies dat maakte het ook voorspelbaar. Loop een willekeurige nieuwbouwwijk binnen en je ziet dezelfde witte muren, dezelfde grijze plavuizen, dezelfde zwarte kraan. Interieurontwerpers merken dat klanten daar nu bewust van afwijken. Ze kiezen voor een vaas met een asymmetrische vorm boven een set identieke potten, voor een muur met structuur boven een strak geschilderd vlak.

Dat sluit aan bij een bredere verschuiving richting warmte en textuur die dit jaar in vrijwel elk interieuroverzicht terugkomt: zachte materialen, organische vormen en spullen die aanvoelen alsof iemand ze met de hand heeft gemaakt, ook als dat niet zo is.

Keramiek dat er niet perfect uitziet

Het duidelijkste voorbeeld is servies en aardewerk. Waar een paar jaar geleden een setje volledig gelijke witte kommen de norm was, kiezen mensen nu voor stukken met een oneffen rand, een glazuur dat op elk exemplaar net iets anders uitpakt, of een vorm die met de hand gedraaid is en dat ook laat zien. Nederlandse keramisten die met rakukeramiek werken, een techniek waarbij scheurtjes in het glazuur juist gewenst zijn, zien de vraag naar hun werk toenemen.

Datzelfde principe duikt op in tegels en wandafwerking. Handgevormde tegels met een licht ongelijke rand vervangen de perfect uniforme fabrieksversie in steeds meer badkamers en keukens. Wie dit met leem wil bereiken zonder tegels, vindt daar meer over in ons artikel over leemstuc als muurafwerking: dezelfde onvolmaakte, tactiele uitstraling, maar dan als vloeiende laag over de hele wand.

Textiel met rafelranden en ruwe wol

Ook in stoffering zie je de omslag. Kussens en gordijnen met een bewust onafgewerkte rand, growende linnen zonder strijkperfectie, en grofgeweven wol die niet symmetrisch is geweven: het hoort allemaal bij dezelfde beweging. Combineer dat met de bouclé-meubels die dit jaar al veel Nederlandse woonkamers binnenkwamen, zoals te lezen in ons stuk over ronde meubels met bouclé, en je krijgt een interieur dat overal net iets zachter en minder gestreken aanvoelt dan een paar jaar geleden.

Belangrijk verschil met eerdere ambachtelijke trends: het gaat niet om overdreven rustieke stijl met veel hout en riet. De basis blijft vaak modern en strak, alleen de details en materialen krijgen die onvolmaakte, handgemaakte laag. Denk aan een strakke bank met een kussen van ruwe wol, of een minimalistische eettafel met een vaas vol scheefgezakte, met de hand gedraaide bloempotten.

Muren en oppervlakken die niet vlak willen zijn

De vraag naar structuurverf en gestructureerde stucwerk groeit hard, blijkt uit meerdere Nederlandse interieurtrendrapporten voor dit jaar. In plaats van een egaal geschilderde muur kiezen mensen voor een oppervlak met zichtbare penseelstreken, een licht korrelige afwerking, of stucwerk dat met opzet ongelijkmatig is aangebracht. Zelfs geribbeld glas, waarover we eerder schreven in dit artikel over geribbeld glas in de badkamer, past in dat plaatje: een oppervlak dat licht anders breekt en nooit helemaal glad aanvoelt.

Wat deze materialen gemeen hebben, is dat ze op elke vierkante meter net iets anders zijn. Geen twee stukken leem, geen twee tegels, geen twee wollen kussens vallen precies hetzelfde uit. Dat is precies waarom mensen ze aantrekkelijk vinden: een gladde, perfect gladde muur voelt na een tijdje leeg, terwijl een oppervlak met karakter blijft boeien.

Hoe je dit zelf toepast zonder dat het rommelig oogt

Het risico van deze trend is dat een interieur er niet ambachtelijk maar simpelweg slordig uitziet. Een paar richtlijnen die interieurontwerpers zelf hanteren:

  • Combineer maximaal twee of drie onvolmaakte materialen per ruimte, bijvoorbeeld leemstuc plus handgemaakte keramiek, en houd de rest strak
  • Laat de basisvorm van meubels en ruimte-indeling wél strak en doordacht zijn, zodat de textuur niet concurreert met chaos in de opzet
  • Kies één dominante kleur of materiaalfamilie, zodat de oneffenheden bij elkaar horen in plaats van willekeurig ogen
  • Ga bij grote oppervlakken zoals een hele muur voorzichtig te werk: laat eerst een klein testvlak zien voordat je de hele kamer aanpakt

Wie twijfelt, kan het klein beginnen: één stuk keramiek op de eettafel of een kleurrijk keukenkastje in plaats van meteen de hele wand aan te pakken. Zo test je of de onvolmaakte look bij je bevalt, zonder direct een grote investering te doen.

Wat dit betekent voor je volgende aankoop

De verschuiving naar onvolmaakte materialen is meer dan een voorbijgaande hype. Het raakt aan iets fundamentelers: mensen willen weer spullen om zich heen die aanvoelen als gemaakt door een mens, niet gestempeld door een machine. Dat betekent niet dat je alles moet weggooien wat glad en strak is, maar wel dat het de moeite waard is om bij je volgende aankoop verder te kijken dan het perfecte, gladde exemplaar. Dat kommetje met een net iets scheve rand, die tegel die niet honderd procent gelijk is aan de vorige: het is precies wat je interieur onderscheidt van de showroom ernaast.

M
Geschreven door Maarten de Groot Verbouwing & klussen schrijver

Maarten is timmerman met twintig jaar ervaring in de woningbouw en de littekens om het te bewijzen — inclusief dat ene ongelukkige incident met een decoupeerzaag waar hij liever niet over praat. Hij schrijft over verbouwen, klussen en renovatie met de nuchterheid van iemand die alles al een keer heeft zien misgaan, van instortende scheidingswanden tot waterleidingen die precies op vrijdagmiddag besluiten te lekken. Maarten begon als leerling-timmerman bij een kleine aannemer in Brabant en bouwde zijn kennis op van fundering tot dakkapel. Hij gelooft dat goede voorlichting de helft van de klussen voorkomt die hij later moet repareren, en schrijft daarom met het geduld van iemand die het al duizend keer heeft uitgelegd. Zijn motto: meet twee keer, zaag een keer, en lees eerst Maartens artikel.