Tips & Advies

Dit mag je niet zelf doen als je asbest tegenkomt

· 4 min leestijd

Je bent halverwege het slopen van een oude keukenvloer en dan zie je het: dat vreemde grijze golfplaatje onder de plinten, of die vezelige platen achter de cv-ketel. Bij huizen van vóór 1994 is de kans reëel dat je op asbest stuit, en wat je daarna doet bepaalt of je verbouwing een paar dagen stilligt of dat je een flinke boete op je bordje krijgt.

Waarom oudere huizen dit risico lopen

Asbest werd tot 1993 volop gebruikt in de bouw, van vloerzeil en vinyltegels tot leidingisolatie, vensterbanken en golfplaten op schuurtjes. Pas daarna kwam het landelijke verbod. Woon je in een huis dat vóór die tijd is gebouwd, dan is het verstandig om vooraf te checken wat er in de muren, vloeren en het dak zit, zeker als je gaat slopen of grote delen blootlegt. Dat geldt des te meer als je toch al bezig bent met bouwvocht in je muren of andere verrassingen die bij oudere panden horen.

Materiaal dat vóór 1993 rechtmatig is toegepast en nog in goede staat verkeert, moet je overigens niet per se verwijderen. Zolang het niet beschadigd raakt of losraakt, kan het gewoon blijven liggen. Het probleem ontstaat zodra je het gaat doorboren, zagen of breken tijdens een verbouwing.

Dit doe je zodra je iets verdachts aantreft

Stop meteen met werken op het moment dat je twijfelt. Niet doorzagen, niet vegen, en al helemaal niet stofzuigen, want een gewone stofzuiger blaast de fijne vezels juist de ruimte in in plaats van ze op te vangen. Laat het materiaal liggen zoals het ligt en waarschuw de opdrachtgever of, als je zelf de eigenaar bent, schakel een onafhankelijk inventarisatiebureau in. Die kan met een monster vaststellen of het daadwerkelijk om asbest gaat en in welke risicoklasse het valt.

Deze stap overslaan omdat je toch al een deadline hebt met je aannemer, is geen goed idee. Loopt je verbouwing door een andere reden vertraging op, zoals een aannemer die failliet gaat, dan wil je niet ook nog eens met een illegaal verwijderd stuk asbest blijven zitten.

De risicoklasse bepaalt wie het mag weghalen

Niet elk stukje asbest vraagt om een gecertificeerd saneringsbedrijf. Het inventarisatierapport deelt het materiaal in risicoklassen in, en die klasse bepaalt wat wel en niet mag.

  • Risicoklasse 1: hechtgebonden materiaal met een laag risico, zoals een intacte asbestplaat. Dit mag je in sommige gevallen zelf verwijderen, maar alleen met een erkende veilige werkmethode.
  • Risicoklasse 2 of 2a: materiaal dat vezels makkelijker afgeeft, zoals beschadigd isolatiemateriaal. Dit mag uitsluitend door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf worden weggehaald.

Gecertificeerde saneerders vind je terug in het register van Ascert, dat ook controleert of een bedrijf daadwerkelijk aan de veiligheidseisen voldoet. Ga je zelf aan de slag zonder die certificering bij klasse 2, dan overtreed je de regels, hoe goedbedoeld je ook bent.

Moet je een nieuwe sloopmelding doen?

Volgens het IPLO, de officiële informatiebron van de rijksoverheid over de Omgevingswet, is een nieuwe sloopmelding niet altijd nodig als je tijdens de werkzaamheden onverwacht asbest aantreft. Je meldt het aan het bevoegd gezag, er volgt een aanvullende inventarisatie, en pas daarna mag het weg. Daarmee is de kous echter niet overal even snel af: een rechtszaak van afgelopen juli draaide precies om zo'n situatie, waarbij een enkele kennisgeving volgens de rechter onvoldoende was. De praktijk is dus niet overal even eenduidig, en het hangt sterk af van de concrete situatie en je gemeente.

Twijfel je of jouw klus onder de meldingsplicht valt, bijvoorbeeld omdat je sowieso al moest uitzoeken wat vergunningsvrij mag bij je verbouwing, dan loont het de moeite om dit vooraf bij de gemeente te checken in plaats van achteraf. Je voorkomt zo een boete die flink kan oplopen; een sloopbedrijf kreeg onlangs nog een boete van 44.100 euro voor het doorwerken na het aantreffen van extra asbest.

Wat een sanering ongeveer kost

De kosten lopen sterk uiteen, van een paar honderd euro voor een kleine inventarisatie tot enkele duizenden euro's voor het saneren van een heel dak of een complete vloer, afhankelijk van de oppervlakte en de risicoklasse. Reken dit bij voorkeur al mee in je begroting vóórdat je begint te slopen, niet pas als de rekening onverwacht op de mat valt. Check ook meteen je opstalverzekering, want die dekt een asbestsanering tijdens een verbouwing vaak niet automatisch.

Zo voorkom je een kostbare verrassing

Ga je een huis van vóór 1994 verbouwen, laat dan vooraf een asbestinventarisatie uitvoeren, ook als je nog niets verdachts hebt gezien. Dat kost je een paar honderd euro, maar het scheelt een hoop stress, vertraging en mogelijk een boete zodra je toch tegen iets aanloopt tijdens het slopen. En kom je ondanks die check nog iets tegen, stop dan gewoon even met werken. Die paar dagen stilstand wegen niet op tegen de gezondheidsrisico's of de kosten van een overtreding.

M
Geschreven door Maarten de Groot Verbouwing & klussen schrijver

Maarten is timmerman met twintig jaar ervaring in de woningbouw en de littekens om het te bewijzen — inclusief dat ene ongelukkige incident met een decoupeerzaag waar hij liever niet over praat. Hij schrijft over verbouwen, klussen en renovatie met de nuchterheid van iemand die alles al een keer heeft zien misgaan, van instortende scheidingswanden tot waterleidingen die precies op vrijdagmiddag besluiten te lekken. Maarten begon als leerling-timmerman bij een kleine aannemer in Brabant en bouwde zijn kennis op van fundering tot dakkapel. Hij gelooft dat goede voorlichting de helft van de klussen voorkomt die hij later moet repareren, en schrijft daarom met het geduld van iemand die het al duizend keer heeft uitgelegd. Zijn motto: meet twee keer, zaag een keer, en lees eerst Maartens artikel.