Tien jaar geleden zei niemand hardop dat hij een doorzonwoning had gekocht. Het type stond synoniem voor saai, vierkant en van je oma. Nu staan diezelfde rijtjes en bungalows uit de jaren zestig en zeventig bovenaan het lijstje van Nederlandse architecten en kopers met smaak. Niet uit nostalgie, maar omdat de bouwkundige opzet zich verrassend goed leent voor wat we vandaag van een huis vragen.
Waarom de doorzonwoning weer in trek raakt
De stille ommezwaai begon in de architectenwereld zelf. Bij de Reynaers Projectprijs 2026 viel op hoeveel projecten in de selectie transformaties zijn van naoorlogse bouw, niet van majestueuze stadshuizen. Op vakbeurs Batibouw spraken meer renovatie-architecten over de jaren zestig dan over de jaren dertig.
De reden is praktisch. Een doorzonwoning heeft grote gevelopeningen voor en achter, een rechte plattegrond zonder gangenstelsel en een kapconstructie die je makkelijk leesbaar krijgt. Wie ooit heeft geprobeerd om een jaren dertig huis open te trekken, weet hoeveel obstakels daar in de weg zitten. Bij een doorzon zijn die er meestal niet.
De bouwkundige loterij die je niet zag
Een ander voordeel speelt onder de vloer. Doorzonwoningen zijn vaak gebouwd op een betonnen vloer in plaats van op houten balken met kruipruimte. Vloerverwarming aanleggen kan daardoor in twee dagen, zonder dat je de hele begane grond moet uitbreken. Veel jaren dertig huizen vragen voor dezelfde ingreep een complete vloerrenovatie van tienduizenden euro's.
Hetzelfde geldt voor de daken. De jaren zestig kapconstructie is meestal eenvoudig: een symmetrisch zadeldak met regelmatige sporen. Daar isolatie inblazen of een dakkapel op zetten gaat vlot. Wie kiest voor een optopping in plaats van een uitbouw heeft hier minder breekwerk. De meterkast moet je vrijwel altijd vervangen, want koperen leidingen en oude groepenkasten halen de eisen van vandaag niet.
De drie ingrepen die het verschil maken
Architecten die deze woningen aanpakken, doen meestal hetzelfde drietal. Eerst gaan de kozijnen eruit. Niet vervangen door identiek formaat, maar uitvergroot tot vloer-tot-plafond. Dat is in een doorzon geen breekwerk, want de gevels onder de raamopeningen zijn meestal halfsteens metselwerk dat je makkelijk doorzaagt.
De tweede ingreep is de tussenwand tussen woon- en eetkamer slopen. Veel doorzonwoningen hebben hier een dragende kolom met gipsplatenwand eromheen, die je vervangt door een staalconstructie zonder dat je het dak hoeft te schoren. Dat geeft een lengte van tien tot twaalf meter aan zicht door het huis.
De derde ingreep is de keuken naar achteren halen. In een doorzon zit de keuken meestal middenin, met een gevel naar de tuin. Door hem op te schuiven creëer je een eetzone aan het tuinraam waar in de oude opzet de servieskast stond. Klanten noemen dit het "doorzon klapt om" en het is de standaardmove geworden.
Wat je tegenkomt voordat het mooi wordt
Niet alles aan een doorzon is feest. Vrijwel elke woning uit deze periode heeft asbest. Niet altijd in de vorm van platen die levensgevaarlijk zijn, maar wel in vinylzeil, in tegellijm en soms in de cv-isolatie. Een asbestinventarisatie kost rond de 400 tot 600 euro en is niet optioneel als je gaat slopen.
De spouwmuur is een tweede valkuil. Tot ongeveer 1968 werden spouwen niet altijd geïsoleerd, en als ze later zijn nageïsoleerd met EPS of glaswol weet je nooit hoe goed dat is gebeurd. Wanneer je de buitengevel toch openmaakt voor nieuwe kozijnen, is dat het moment om de spouw te checken en eventueel opnieuw te vullen.
Een derde punt is de elektra. Veel jaren zestig huizen hebben nog twee groepen voor de hele begane grond. Dat haalt geen vaatwasser, geen oven en geen inductieplaat tegelijk. Een nieuwe groepenkast met aardlek is voor 1.500 tot 2.500 euro klaar, maar je moet hem inplannen voor de stucadoor langskomt. Voor dit soort verduurzaming kun je trouwens zes procent extra lenen op je hypotheek.
De prijsklasse waar dit nu speelt
Doorzonwoningen werden in Nederland in grote getale gebouwd tussen 1958 en 1975. Volgens de CBS-tijdlijn van de woningvoorraad werden in 1973 alleen al ruim 157.000 woningen opgeleverd. Een groot deel van die productie was doorzon. Dat betekent dat dit type in vrijwel elke gemeente nog ruim aanwezig is en relatief goedkoop wordt aangeboden, vaak rond de 350.000 tot 450.000 euro in de Randstadrand.
Een complete kernrenovatie kost momenteel 1.200 tot 2.000 euro per vierkante meter. Voor een gemiddelde doorzon van 110 vierkante meter loopt dat op tot 130.000 tot 220.000 euro extra, bovenop de aankoop. Klinkt fors, maar het eindresultaat is dan wel een woning met de uitstraling van een nieuwbouwhuis op een ouderwetse kavel met diepe tuin. Daar liggen vergelijkbare nieuwbouwhuizen al snel anderhalve ton boven.
Wat dit oplevert is een nieuwe categorie kopers. Architectenbureaus zien echtparen die eerst naar jaren dertig keken en nu bewust een doorzon kiezen omdat ze het renovatieverhaal beter kunnen overzien. De problemen van een jaren dertig pand komen pas tijdens de sloop boven, terwijl een doorzon zijn kaarten meestal al voor de transactie heeft laten zien. Voor wie nuchter wil verbouwen is dat een geruststellend onderscheid.