Architectuur

Erkers maken stille comeback in Nederlandse renovaties

· 6 min leestijd

Wie de afgelopen jaren door Amsterdam-Zuid of een willekeurige Bossche woonwijk uit de jaren dertig heeft gelopen, heeft het vermoedelijk gezien. Steeds vaker zit er een uitstekende raampartij in een gevel waar voorheen een dichte muur stond. De erker is terug, en niet alleen in monumenten. Architectenbureaus tekenen hem nu ook in stevige verbouwingen van naoorlogse rijtjeshuizen, soms zelfs in nieuwbouw met een knipoog naar het vooroorlogse verleden.

Wat een erker eigenlijk is

Een erker is een stuk leefruimte dat buiten de gevel uitsteekt, voorzien van meerdere ramen onder een eigen dakje of een uitkraging. Hij is geen aanbouw, want hij blijft onderdeel van de bestaande kamer en krijgt geen eigen functie. Hij is ook geen serre, want hij is niet primair voor planten of zon. Hij is een verlengstuk waar opeens twee tot vijf vierkante meter extra licht naar binnen valt en een natuurlijke zithoek ontstaat.

In de Nederlandse architectuurgeschiedenis zijn erkers typerend voor de jaren twintig en dertig en voor de stijl van de Amsterdamse School, waar metselaars zich uitleefden in baksteenpatronen en glas-in-loodvensters.

Waarom hij decennialang verdween

In de jaren zestig en zeventig waren erkers ineens uit. Te bewerkelijk, te ouderwets, te koud door enkel glas en te bewerkelijk in onderhoud. Renovaties uit die periode hebben hele rijen erkers dichtgemetseld om plat aan de gevel te eindigen. Architectenbureaus tekenden vooral strak en sober, en in nieuwbouw werden uitspringende geveldelen vrijwel niet meer gebruikt.

Tot ver in de jaren negentig betekende dat voor verbouwers: erker eruit, slank glas erin. Wie nu een woonwijk uit de jaren zestig nadert, ziet die platte gevels nog steeds, alleen voelen ze tegenwoordig vooral leeg aan. Net zoals dat huiseigenaren sierlijstwerk weer terug brengen binnen, gebeurt aan de buitenkant precies hetzelfde met de erker.

Wat hem nu terug op de tekentafel brengt

Drie dingen zorgen voor de comeback. Het eerste is de behoefte aan karakter. De grijze, strakke villabouw van de jaren tien is uit de gratie en mensen zoeken huizen met persoonlijkheid. Een erker geeft een gevel meteen ritme, zonder dat je iets aan de plattegrond verandert.

Het tweede is de techniek. HR++ en triple glas hebben de oude bezwaren weggenomen. Een erker met een uitstekende isolatie en een geïsoleerd plat dakje is energetisch geen probleem meer. Sommige architecten kiezen zelfs voor een aluminium uitkraging die in een keer wordt geprefabriceerd en in een dag wordt geplaatst.

Het derde is een ruimtelijke kwestie. Nederlandse woonkamers zijn vaak te smal om er een goede leeshoek of bureau in te krijgen zonder de hoofdroute te blokkeren. Een erker biedt precies de zijkamer-binnen-een-kamer die je daarvoor nodig hebt. Het is dezelfde logica waarmee architecten weer vides tekenen in renovaties: ruimte en licht winnen zonder de plattegrond drastisch te veranderen.

De drie vormen die je nu het meeste ziet

De klassieke rechthoekige erker komt terug in jaren-30 woningen waar de oorspronkelijke erker ergens in de jaren zeventig is dichtgemetseld. Architecten reconstrueren hem dan met behoud van de oude metselsteen, vaak inclusief het kleine zinken dakje.

De moderne staal-uitkraging is de tweede variant. Een rechthoekige doos van een meter diep, helemaal uitgevoerd in een staalkozijn met onzichtbare profielen. Die past goed bij naoorlogse woningen waar een historisch detail geforceerd zou aanvoelen.

De derde variant is de zogenoemde box-erker met geïntegreerde zitbank en boekenwand eronder. Een soort venster-bank die volledig binnen het bouwvolume zit, zodat je geen vergunning nodig hebt voor uitbreiding maar wel het effect krijgt. Vooral populair in tussenwoningen waar uitbouwen aan de zijgevel niet mag. Dit type past goed bij de bredere ronding-trend, waarover je ook kunt lezen in ons stuk over bogen en gewelven in de verbouwing.

Wat een erker je gaat kosten

Een eenvoudige reconstructie van een bestaande erker valt zelden onder de achtduizend euro. Daarbij gaat het om kozijnen, glas, dakpannen of zink en het herstellen van metselwerk. Een volledig nieuwe erker, met fundering, draagstructuur en een dak, zit eerder tussen de vijftien- en vijfentwintigduizend euro.

Twee posten worden vaak onderschat. De eerste is de fundering. Een erker steunt vaak op een aparte fundering, zeker bij een metselwerk-uitvoering. Op zandgrond is dat redelijk te overzien, op slappe Nederlandse veengrond ineens een verhaal van paalfundering. De tweede is de aansluiting met het bestaande dak. Een net erker-dakje vraagt vakwerk; verkeerd uitgevoerd krijg je binnen drie jaar lekkage langs de kilgoot.

Vraag offertes specifiek op die twee onderdelen, niet alleen op het kozijn. Veel verbouwers hebben pas in de uitvoering door dat hun aannemer het dak en de aansluiting heeft onderschat.

Vergunning, welstand en buurman

Een erker valt vrijwel nooit onder de regels voor vergunningvrij bouwen, omdat hij aan de voorgevel zit. Dat betekent welstandstoets en omgevingsvergunning. In monumentale wijken kijkt de welstandscommissie streng naar materialisering: aluminium voorzetkozijnen worden vaak afgekeurd in een jaren-30 buurt, terwijl een houten of stalen erker met dakpannen wel doorkomt.

Voor naoorlogse straten is de soep dunner. Veel gemeenten hebben er weinig welstandsregels meer over, juist omdat ze toegeven dat die wijken visueel een opfrissing kunnen gebruiken. Toch loont het om bij de gemeente vooraf naar precedenten te vragen. Een buurman die net een erker heeft geplaatst is je beste argument tijdens de welstandszitting.

Dit is wat het voor jouw verbouwing betekent

Een erker is geen kosmetisch klusje en niet voor elk huis verstandig. Maar als je een tussenwoning hebt die te smal aanvoelt, een jaren-30 huis waar ooit iets is dichtgemetseld, of een naoorlogse rijwoning zonder enige gevelkarakteristiek, hoort hij in elk geval op tafel als optie. Geef hem een serieuze plek in de gesprekken met je architect of aannemer, naast de standaardvragen over uitbouw en dakkapel.

Zoek vooral een ontwerper die historische detaillering snapt. Een erker die voelt als een geforceerd plakje aan de gevel verpest een huis. Een erker die er altijd al lijkt te zijn geweest geeft een renovatie het soort karakter waar de meeste opdrachtgevers naar op zoek zijn, ook al wisten ze dat zelf nog niet aan het begin van het traject.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur schrijver

Ilias is architect die kleine ruimtes groot laat voelen, een talent dat hij ontwikkelde toen hij als student in een Amsterdams appartement van 28 vierkante meter woonde en ontdekte dat noodzaak echt de moeder van uitvinding is. Hij schrijft over ruimtelijke oplossingen, plattegronden en waarom die open keuken misschien toch niet zo'n goed idee was — een mening die hem niet populair maakt op feestjes, maar die elke bewoner van een open keuken stiekem beaamt als de visgeur door het hele huis trekt. Ilias studeerde architectuur in Delft en werkte bij meerdere bureaus voordat hij zich specialiseerde in woningrenovatie. Hij gelooft dat goed ontwerp niet gaat om vierkante meters maar om hoe je ze gebruikt, en schrijft met de overtuiging dat een slimme plattegrond meer verschil maakt dan een dure verbouwing. Zijn tekentafel is inmiddels digitaal, maar zijn oog voor ruimte is nog altijd analoog.