Een huis dat eruitziet als een gestrande zeeslak, zonder één rechte muur van binnen of buiten. Dat is de Nautilus House in Naucalpan, net buiten Mexico-Stad. Architect Javier Senosiain bouwde het in 2007 voor een gezin met twee kinderen en het staat er nog altijd, compleet bewoond, als een van de meest bekeken "gekke huizen" op het internet.
Vernoemd naar een zeeslak met een reden
De naam is geen marketingtruc. Senosiain baseerde de vorm letterlijk op de logaritmische spiraal van een nautilusschelp. Je loopt niet door kamers, je loopt door "kamertjes" van een schelp, van buiten naar binnen, steeds een stukje verder de spiraal in. Senosiain zelf noemt zijn stijl bio-architectuur: gebouwen die de vormentaal van de natuur overnemen in plaats van de rechte hoek van beton en staal. Op Wikipedia over organische architectuur lees je hoe die stroming al decennia teruggrijpt op vormen uit de natuur, van schelpen tot boomstammen.
Dat past bij een bredere trend die je op deze site al langs zag komen: eerder schreven we over de rondboog die overal in nieuwbouw opduikt, en over hoe rechte hoeken uit de woonkamer verdwijnen. De Nautilus House trekt die lijn gewoon helemaal door, tot en met de fundering.
Gebouwd zonder één dragende muur
Wat het huis technisch bijzonder maakt, is de bouwmethode. Senosiain gebruikte ferrocement: een frame van dun staaldraadgaas, bedekt met een laag beton van maar een paar centimeter dik. Geen bakstenen, geen dragende muren, geen kolommen. Dat maakt het mogelijk om elke bocht en welving te maken die de natuur zelf ook zou tekenen, en het scheelt bovendien flink in gewicht vergeleken met traditioneel metselwerk. Voor een regio met aardbevingsrisico is dat geen overbodige luxe: een lichter, flexibel casco vangt trillingen beter op dan een stijve bakstenen doos.
Vergelijk dat met het Portugese huis dat we hier eerder behandelden, gebouwd tussen vier enorme rotsblokken. Ook daar bepaalde de plek en het materiaal de vorm, niet een tekentafel vol rechte lijnen. Het zijn twee totaal verschillende huizen, maar met dezelfde grondgedachte: laat de natuur het ontwerp sturen in plaats van andersom.
Binnenin voelt het als in een schelp
De woonkamer groeit letterlijk uit een binnentuin, de eettafel lijkt uit de muur te komen gegroeid en er is nergens een harde overgang tussen de ene ruimte en de volgende. Je loopt de spiraaltrap op, door een hal en tv-kamer die verscholen zitten in wat Senosiain de "buik" van de nautilus noemt, tot je bij de studeerkamer uitkomt. Slaapkamers, badkamers en de keuken liggen juist aan de achterkant, om het huis heen gewikkeld, als de meer beschermde kamers van een echte schelp.
De afwerking maakt het compleet: gladde, ronde oppervlakken in warme kleuren, veel glas voor daglicht en groen dat overal door de ruimtes heen loopt. Geen scherpe hoek waar je je aan kunt stoten, wel een huis dat bij elke stap net iets anders aanvoelt door het veranderende licht.
Eén huis uit een hele dierentuin
De Nautilus House staat niet alleen. Senosiain bouwde in dezelfde regio ook een huis in de vorm van een walvis, een huis geïnspireerd op de gevederde slang uit de Azteekse mythologie, en een huis in de vorm van een haai, waar hij zelf in woont. De rest verhuurt hij. Het is meer een levenswerk dan een los project: een architect die al decennia bewijst dat een huis geen doos met vier hoeken hoeft te zijn. Op Wikipedia over Javier Senosiain staat een overzicht van zijn bredere oeuvre, en het is verrassend hoeveel van die "onmogelijke" huizen daadwerkelijk bewoond worden.
De Nautilus House zelf is geen museum of fotolocatie waar toeristen zomaar binnenlopen. Het is en blijft een privéwoning, wat meteen verklaart waarom er zo weinig recente foto's van de binnenkant rondgaan: het gezin dat er woont, woont er nog gewoon. Dat maakt het huis anders dan pakweg de kubuswoningen van Piet Blom in Rotterdam, waarvan er eentje wel als showhuis openstaat. Senosiain koos daarmee bewust voor bewoning boven bezichtiging, en dat zegt iets over hoe serieus hij zijn eigen bio-architectuur neemt: het moet vooral werken als thuis, niet als attractie.
Wat je hiervan kunt meenemen naar je eigen verbouwing
Je gaat morgen geen ferrocement schelp in je achtertuin storten, maar het principe is best vertaalbaar naar een gewone verbouwing. Een rechte uitbouw met vier hoeken is de goedkoopste en makkelijkste keuze, maar niet automatisch de beste. Een ronde erker, een gebogen wand tussen keuken en woonkamer, of gewoon een paar zachte lijnen in plaats van rechte kastjes: het zijn kleine ingrepen die een huis een heel ander gevoel geven, zonder dat je aannemer een ferrocement-specialist hoeft te zijn.
Het echte verschil zit in de vraag die Senosiain zichzelf blijkbaar telkens stelt: bouw ik omdat het makkelijk is, of omdat het klopt bij de plek en de mensen die er wonen? Die vraag kun je net zo goed stellen bij een dakkapel in Almere als bij een schelp in Naucalpan.