Architectuur

Verbouwers vinden steeds vaker iets achter de gipsplaten

· 6 min leestijd

Een Amerikaanse Redditor postte vorig voorjaar een foto die binnen een paar dagen 18.000 stemmen kreeg. Ze had de gipsplaat in haar gang weggehaald en stuitte op twee originele bogen, compleet met sierwerk dat sinds de jaren zestig achter een laag pleisterwerk had gezeten. Volgens de andere leden van het r/centuryhomes-forum had ze de wall lottery gewonnen. Goud gevonden, in feite.

Het is geen Amerikaans verschijnsel. Wie in Nederland een vooroorlogs huis aanpakt, ontdekt vrijwel altijd dat de vorige bewoner ergens iets heeft dichtgemaakt. De vraag is alleen hoe lang je nog doorhakt voor je doorhebt dat het sloopwerk eigenlijk een terugbouw is.

Waarom alles in de jaren zeventig dichtging

In de naoorlogse decennia waren paneeldeuren, schouwen, plafondrozetten en doorgangen met bogen niet sjiek. Ze waren ouderwets. Modern was glad pleisterwerk, vlakke binnendeuren, een verlaagd plafond met systeemtegels en een gladgepleisterde wand op de plek waar vroeger een schouw stond. Bouwmaterialen waren goedkoop, arbeid was duur, en de stijl van het moment dicteerde dat alles wat krullen of profielen had moest verdwijnen.

De ironie is dat vrijwel niemand de moeite nam om die elementen er ook echt uit te slopen. Een marmeren schouw breken kostte tijd, een eikenhouten paneeldeur opnieuw plaatsen ook. Veel mensen kozen daarom voor de korte weg: een laag voorzetwand, een dropped ceiling, een MDF-plaat boven op de oude deur in het kozijn. Vier of vijf decennia later staan we in dezelfde huizen, met dezelfde rugzak, en bedenken we ons dat we eigenlijk wel benieuwd zijn wat er allemaal onder zit.

Wat verbouwers terugvinden onder het nieuwe werk

De lijst is altijd vergelijkbaar. Marmeren of tegelwerkschouwen achter een dichtgepleisterde wand in voor- en achterkamer. Originele paneeldeuren met messing beslag, soms intact, soms onder een MDF-plaat geschroefd. Plafondrozetten en kroonlijsten boven verlaagde plafonds van systeemtegels. Glas-in-lood tussen voor- en achterkamer of in tussenwanden, weggewerkt achter gipsplaten panelen. Doorgangen met bogen of getoogde lijsten die zijn rechtgetrokken naar standaard kozijnen. Eikenhouten parket of grenen vloerdelen onder linoleum, vinyl of meer recent laminaat. Granito- of tegelvloeren in halletjes, soms onder twee of drie lagen latere afwerking.

Het meest indrukwekkend is wat verbouwers vinden in trapportalen en gangen. Een Amsterdamse School-gang heeft vaak een vloer met geometrische patronen, donkergroen en oker, die in de jaren tachtig integraal werd dichtgegooid met grijs zeil omdat de tegels stuk waren bij de drempel. De rest ligt er dan, vier decennia later, vrijwel ongeschonden onder. Dat bogen en gewelven weer terugkomen in nieuwe verbouwingen maakt zo'n vondst extra de moeite waard.

Hoe je weet dat er nog iets onder zit

Voor sloop begint zijn er een paar manieren om te ruiken wat er nog onder zit. Klop op verdachte muren. Een holle, lichte klank duidt op een voorzetwand met een paar centimeter lucht erachter, een vlakke dichte klank op massief metselwerk. Vergelijk plafondhoogtes met die van de buren of met andere kamers in hetzelfde huis. Een halve meter verschil betekent vrijwel altijd een vals plafond, vaak met een kanjer van een rozet eronder.

Bestudeer ook de symmetrie. Een vooroorlogs huis is vaak symmetrisch ontworpen. Ontbreekt aan één kant een doorgang of nis terwijl het ontwerp wel om symmetrie vraagt? Grote kans dat hier ooit iets zat. En vraag het bouwarchief van de gemeente om de oorspronkelijke tekening op te zoeken. Veel gemeenten geven die tegenwoordig digitaal vrij voor een paar euro per stuk.

Wat terugbrengen mag en wat niet

Niet alles wat tevoorschijn komt is bewaardwaardig. Een door vocht aangetaste schouw is duurder restaureren dan slopen. Een gebroken plafondrozet kun je laten naformeren bij een ornamentenmaker, maar de prijs gaat snel richting een paar honderd euro per stuk. Glas-in-lood waaraan vier decennia lijm zit kun je beter vervangen door een passende replica dan zelf gaan schoonkrabben.

Voordat je begint te beslissen, fotografeer je alles wat je tegenkomt en vraag je een tweede paar ogen. Een gemeentelijk monumentenadviseur of erfgoed-gespecialiseerde aannemer ziet binnen een minuut wat zeldzaam is en wat niet. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed publiceert richtlijnen voor restauratie die je grof oriëntatie geven, ook al woon je niet in een rijksmonument.

Dit is wat je morgen anders doet

Voor wie nog moet beginnen aan een vooroorlogse verbouwing: ga voorzichtig te werk in fase één. Strip de hele binnenruimte tot op de oorspronkelijke wanden, vloeren en plafonds voordat je beslissingen neemt. Veel verbouwers krijgen achteraf spijt van het feit dat ze door tijdsdruk hebben dichtgemaakt zonder eerst te kijken wat eronder zat. Architecten zien deze fout wekelijks terugkomen.

Bewaar wat je niet meteen gebruikt. Een originele paneeldeur die je nu niet kwijt kunt, ligt over een paar jaar bovenaan elke wensenlijst. Hetzelfde geldt voor sierlijstwerk en plafondrozetten. Dat sierlijstwerk weer terugkomt in nieuwe verbouwingen, is precies de reden waarom een originele rozet uit de jaren dertig nu meer waard is dan een nagemaakte uit een bouwmarkt.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur schrijver

Ilias is architect die kleine ruimtes groot laat voelen, een talent dat hij ontwikkelde toen hij als student in een Amsterdams appartement van 28 vierkante meter woonde en ontdekte dat noodzaak echt de moeder van uitvinding is. Hij schrijft over ruimtelijke oplossingen, plattegronden en waarom die open keuken misschien toch niet zo'n goed idee was — een mening die hem niet populair maakt op feestjes, maar die elke bewoner van een open keuken stiekem beaamt als de visgeur door het hele huis trekt. Ilias studeerde architectuur in Delft en werkte bij meerdere bureaus voordat hij zich specialiseerde in woningrenovatie. Hij gelooft dat goed ontwerp niet gaat om vierkante meters maar om hoe je ze gebruikt, en schrijft met de overtuiging dat een slimme plattegrond meer verschil maakt dan een dure verbouwing. Zijn tekentafel is inmiddels digitaal, maar zijn oog voor ruimte is nog altijd analoog.