Tips & Advies

Vraag dit nooit aan je aannemer tijdens de verbouwing

· 5 min leestijd

De vloer ligt half open, de aannemer staat op zijn knieën met een schroefmachine, en jij loopt voorbij met een kop koffie. "Hé, kun je ook even die plint vervangen nu je toch bezig bent?" Hij knikt, ja hoor, geen probleem. Drie weken later valt de eindafrekening op de mat en blijken die plinten 280 euro te kosten. Plus arbeid. Plus btw. En je hebt geen poot om op te staan, want er ligt niks op papier.

Dit is het meest voorkomende patroon waardoor verbouwingen uit de hand lopen, en je leest er nooit iets over in de offerte. Het zit in de twee minuten gesprek op de bouwplaats, en het kost gemiddeld duizenden euro's per project.

Het patroon van "kun je ook even"

Een verbouwing duurt zelden korter dan zes weken. Gedurende die periode zie je je aannemer vrijwel dagelijks. Tijdens elke koffie, elke rondleiding, elke rondgang ontdek je iets nieuws. Die deur die niet meer rond loopt. Een stopcontact dat eigenlijk twintig centimeter naar links zou moeten. De deurpost die best wel een verfje kan gebruiken. Stuk voor stuk geen rampen, maar tien van die "even-vraagjes" later zit je vijftienhonderd euro boven budget.

Het ergste is niet dat het werk gebeurt. Het ergste is dat je achteraf nooit precies weet wat het heeft gekost. Aannemers schrijven die uurtjes los van het hoofdproject en gooien ze op een verzamelpost meerwerk aan het eind. Tegen de tijd dat de eindfactuur komt, is het pakket extra werk niet meer terug te halen of ter discussie te stellen. Daar zit ook de bekende 30 procent overschrijding grotendeels in verstopt.

Waarom dit moment je het duurst uitkomt

Een aannemer rekent op de bouwplaats geen scherpe offerteprijs. Hij rekent zijn dagtarief, plus een opslag voor de onderbreking, plus een marge voor materiaal dat hij elders nog moet halen. Bij vooraf afgesproken werk concurreert hij met andere aannemers. Bij meerwerk tijdens de bouw concurreert hij met niemand, want hij is al binnen.

Reken globaal: een uur reguliere arbeid op een offerte kost rond de 55 tot 70 euro. Datzelfde uur als spontaan meerwerk midden in een lopend project kost 80 tot 110 euro. Voor materiaal geldt hetzelfde. De plinten die hij anders bij Praxis voor 18 euro per stuk haalt, leg je via meerwerk vaak voor 28. Dat is geen oplichting, dat is hoe een planning eruitziet als je hem op het laatste moment verbouwt.

De change order die je elke keer moet vragen

Een goede aannemer geeft je voor elk extra klusje een korte schriftelijke bevestiging voordat hij begint. In de bouw heet dat een meerwerkbon, in zakelijke contracten een change order. Zo'n briefje hoeft niet langer te zijn dan vier regels:

  • Wat: vervangen van twaalf plinten in de woonkamer
  • Materiaal: zo'n 220 euro
  • Arbeid: ongeveer drie uur, totaal rond de 460 euro inclusief btw
  • Wanneer: na het stucwerk, week 24

Met dit minimumpapier kun je nog ja of nee zeggen. Zonder dit papier zeg je impliciet ja tegen een onbekend bedrag. Volgens de Consumentenbond moet je elke aanpassing buiten de oorspronkelijke offerte schriftelijk vastleggen, anders staat je aannemer juridisch zeer sterk bij een geschil. Een appberichtje met prijs en goedkeuring telt overigens ook, mits beide kanten reageren.

Een script voor op de bouwplaats

De moeilijkste stap is sociaal, niet praktisch. Je staat tegenover iemand die je drie maanden in huis hebt en je wilt geen lastige klant zijn. Toch moet je elke keer dezelfde zin uitspreken. Hier is wat werkt:

"Goed idee, kun je me daar voor het einde van de dag een meerwerkbonnetje voor sturen, met materiaal en uren? Dan teken ik morgenochtend."

Drie redenen waarom deze formulering goed valt. Je zegt geen nee tegen het werk, je geeft de aannemer alleen een administratieve handeling, en je geeft hem expliciet tijd. Negen van de tien aannemers reageren met "natuurlijk, doe ik". De ene die nors reageert, vertelt je iets belangrijks: bij hem ga je het achteraf weten.

Zorg dat je in je oorspronkelijke offerte al een clausule over meerwerk hebt opgenomen. Dan ligt de procesafspraak vast en is de meerwerkbon geen discussie meer, maar een routine.

Wat dit verschil maakt op de eindafrekening

Op een gemiddelde verbouwing van 60.000 euro lopen de "kun je ook even"-momenten op tot ergens tussen de twee en zes procent extra, dus 1.200 tot 3.600 euro. Wie elke keer een meerwerkbon vraagt, betaalt op precies dezelfde lijst werk vaak 30 tot 40 procent minder, omdat een aannemer in de schriftelijke versie automatisch realistischere uren rekent. Dat scheelt al snel een vakantie.

Het zijn niet de grote beslissingen die je verbouwing duurder maken. Niet de keuken, niet de badkamer, niet het stucwerk. Het zijn de tien losse momenten waarop iemand jou een vraag stelt en jij een te makkelijk antwoord geeft. Aannemers houden niet van klanten die alles op papier willen. Ze houden er stiekem ook nog meer van als de klant het niet doet. Daar zit een hint in waar je naar moet luisteren.

Reken er voor je volgende project op dat je elke werkweek minstens twee meerwerkbonnen gaat ondertekenen. Niet omdat je moeilijk doet, maar omdat een verbouwing nu eenmaal zo werkt. Wie niets tekent, betaalt het gokje. Wie wel tekent, weet precies wat hij koopt en kan op tijd nee zeggen tegen die ene "kleine" extra die anders alle andere uit het lood trekt.

M
Geschreven door Maarten de Groot Verbouwing & klussen schrijver

Maarten is timmerman met twintig jaar ervaring in de woningbouw en de littekens om het te bewijzen — inclusief dat ene ongelukkige incident met een decoupeerzaag waar hij liever niet over praat. Hij schrijft over verbouwen, klussen en renovatie met de nuchterheid van iemand die alles al een keer heeft zien misgaan, van instortende scheidingswanden tot waterleidingen die precies op vrijdagmiddag besluiten te lekken. Maarten begon als leerling-timmerman bij een kleine aannemer in Brabant en bouwde zijn kennis op van fundering tot dakkapel. Hij gelooft dat goede voorlichting de helft van de klussen voorkomt die hij later moet repareren, en schrijft daarom met het geduld van iemand die het al duizend keer heeft uitgelegd. Zijn motto: meet twee keer, zaag een keer, en lees eerst Maartens artikel.