Interieur

Glas wordt dit jaar het populairste meubelmateriaal

· 4 min leestijd

Een paar jaar geleden was glas in huis vooral functioneel: een ruit, een douchewand, misschien een salontafel met een metalen onderstel. Dat verandert. Interieurstylisten zien glas dit jaar terugkomen als sculpturaal materiaal, met ronde vormen, dikke randen en een handgemaakte uitstraling die niets meer met de strakke kantoorlook van vroeger te maken heeft. Voor wie toch al aan het verbouwen of herinrichten is, is dit het moment om er iets mee te doen.

Waarom glas ineens overal opduikt

De verklaring is simpel: na jaren van beige, hout en gedempte tinten is er weer ruimte voor lef. Glas geeft precies wat een interieur na al dat aardetinten-denken mist, namelijk licht, diepte en een beetje glans zonder dat het meteen kil aanvoelt. Stylisten noemen vooral salontafels, vazen en druppelvormige hanglampen als plekken waar het materiaal terugkomt. Niet als accessoire in de hoek, maar als middelpunt van de kamer.

Wat opvalt: het gaat niet om spiegelglas of gepolijst kristal. Het glas van dit moment is dikker, iets troebel en vaak licht asymmetrisch, alsof het met de hand gevormd is in plaats van machinaal geperst.

Ook fabrikanten spelen erop in. Waar woonwinkels vorig jaar nog vooral rotan en boucléstof pushten, verschijnen er nu hele collecties met glazen bijzettafels, karaffen en verlichting in de etalage. Dat is meestal een goede indicator dat een trend niet meer alleen op vakbeurzen leeft, maar daadwerkelijk in de winkelstraat is aangekomen.

Ronde vormen in plaats van strakke lijnen

De glastrend hangt nauw samen met een bredere verschuiving richting organische vormen. Scherpe hoeken maken plaats voor golvende kasten, ovale tafels en banken met afgeronde armleuningen. Datzelfde patroon zie je nu terug in glas: een salontafel met een gebogen rand oogt meteen zachter dan een rechthoekige plaat op poten. Wil je die lijn doortrekken door de rest van de kamer? Lees ook ons artikel over ronde meubels met bouclé, dat perfect aansluit op deze beweging.

Mondgeblazen glas maakt een comeback

Een tweede laag in de trend is de opleving van mondgeblazen glas. Waar fabrieksglas altijd perfect symmetrisch is, heeft handgeblazen glas per definitie kleine oneffenheden: een luchtbelletje, een net iets scheve rand, variatie in dikte. Precies die imperfectie maakt het aantrekkelijk in een tijd waarin mensen genoeg hebben van de gladde, geperfectioneerde showroomlook. Vintage vazen en Murano-achtige objecten duiken daarom weer op bij tweedehandszaken en vintagewinkels, vaak voor een fractie van de prijs van nieuw designwerk.

Deze zoektocht naar zichtbare imperfectie staat trouwens niet op zichzelf. Eerder schreven we al over onvolmaakte materialen als interieurtrend, van ruwe keramiek tot ongelijke stoffen. Glas is simpelweg de volgende stap in diezelfde beweging.

Glas combineren met hout, keramiek en textiel

Los staand glas oogt snel kil. Stylisten combineren het daarom bewust met warme materialen: een houten dressoir met afgeronde hoeken, een glazen bijzettafel ernaast, en textiel met structuur zoals bouclé of linnen om het geheel te verzachten. Licht speelt hier ook een rol, glas weerkaatst en filtert daglicht op een manier die hout of steen niet kan, waardoor een kamer met veel raampartijen er ineens levendiger uitziet.

Ben je toch bezig met de muren, denk dan ook aan de combinatie met kleur. Een rustige, aardse wandkleur laat glazen accessoires beter uitkomen dan een felle tint. Twijfel je nog over de muurkleur zelf? Kijk dan naar de nieuwste verftrend die color drenching vervangt, die goed samengaat met dit soort transparante accenten.

Waar je het beste kunt beginnen

Je hoeft niet meteen je hele woonkamer om te gooien. Begin klein: een set glazen vazen in verschillende hoogtes op een dressoir, een druppelvormige hanglamp boven de eettafel, of één statement bijzettafel naast de bank. Wie een grotere verbouwing plant, kan ook denken aan een glazen tussenwand die twee ruimtes visueel scheidt zonder licht weg te nemen, een oplossing die steeds vaker terugkomt bij open verbouwingen van jaren-70-huizen.

Let bij het kopen wel op waar het glas vandaan komt. Massaproductie uit goedkope import mist vaak precies de textuur die de trend zo aantrekkelijk maakt. Vintage- en kringloopwinkels, kunstmarkten en kleine glasblazerijen leveren doorgaans het meest overtuigende resultaat, en vaak ook voor een prijs die lager ligt dan een gloednieuw designstuk uit de winkel.

Qua budget hoeft dit dus geen dure ingreep te zijn. Een handgeblazen vaas van een lokale glasblazerij kost al snel minder dan vijftig euro, terwijl een complete glazen tussenwand bij een verbouwing algauw in de duizenden euro's loopt, afhankelijk van het glastype en of het gehard of gelaagd glas moet zijn voor de veiligheid. Vraag bij twijfel altijd advies aan je aannemer over welk glas geschikt is voor een dragende of niet-dragende scheidingswand.

Zo voorkom je dat je kamer koud aanvoelt

Het grootste risico met glas is dat een ruimte klinisch gaat aanvoelen als je het verkeerd toepast. Houd daarom de vuistregel aan van maximaal twee of drie glazen elementen per kamer, en zorg dat er altijd minstens één zacht materiaal in de buurt staat, een vloerkleed, een kussen, een houten plank. Zo profiteer je van het licht en de sculpturale vorm die glas nu zo gewild maakt, zonder dat je woonkamer eruitziet als een showroom.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur schrijver

Ilias is architect die kleine ruimtes groot laat voelen, een talent dat hij ontwikkelde toen hij als student in een Amsterdams appartement van 28 vierkante meter woonde en ontdekte dat noodzaak echt de moeder van uitvinding is. Hij schrijft over ruimtelijke oplossingen, plattegronden en waarom die open keuken misschien toch niet zo'n goed idee was — een mening die hem niet populair maakt op feestjes, maar die elke bewoner van een open keuken stiekem beaamt als de visgeur door het hele huis trekt. Ilias studeerde architectuur in Delft en werkte bij meerdere bureaus voordat hij zich specialiseerde in woningrenovatie. Hij gelooft dat goed ontwerp niet gaat om vierkante meters maar om hoe je ze gebruikt, en schrijft met de overtuiging dat een slimme plattegrond meer verschil maakt dan een dure verbouwing. Zijn tekentafel is inmiddels digitaal, maar zijn oog voor ruimte is nog altijd analoog.