Architectuur

Dit huis in Eindhoven komt uit een betonprinter

· 5 min leestijd

Een huis dat in een paar dagen uit een printer rolt, klinkt als sciencefiction. Toch staan er in Eindhoven al jaren woningen die precies zo gebouwd zijn. Geen metselaar die steen voor steen een muur optrekt, maar een robotarm die laag voor laag beton spuit, volgens een digitaal ontwerp. Wat begon als een experiment van de TU Eindhoven is inmiddels uitgegroeid tot een reeks projecten met echte bewoners. Tijd om te kijken wat 3D-printen voor de bouw betekent, en of het ooit normaal wordt voor jouw volgende verbouwing of nieuwbouwproject.

Hoe een 3D-geprint huis tot stand komt

Bij een traditionele woning stapelt een metselaar bakstenen op elkaar. Bij een 3D-geprinte woning doet een grote printer dat met speciaal beton. De printkop beweegt volgens een computerbestand en spuit het beton in dunne lagen op elkaar, net zoals een bureauprinter dat met inkt doet, maar dan op bouwschaal. Omdat het beton in de fabriek wordt geprint, kunnen de elementen daarna per vrachtwagen naar de bouwplaats, waar ze op een fundering worden geplaatst.

Het eerste bewoonde voorbeeld in Nederland staat in de wijk Meerhoven in Eindhoven. Die woning, met de vorm van een grote zwerfkei, bestaat uit 24 geprinte betonnen elementen en heeft een woonoppervlak van 94 vierkante meter met een royale woonkamer en twee slaapkamers. Dankzij extra dikke isolatie en een aansluiting op het warmtenet is het huis bovendien zeer energiezuinig, aldus de NOS, die in 2021 berichtte over de eerste bewoonster van het huis.

Waarom de techniek interessant is voor de woningnood

Het idee achter printen in beton is niet alleen een technisch kunstje. Theo Salet, hoogleraar Concrete Structures aan de TU Eindhoven en betrokken bij het project, zei tegen de NOS dat Nederland in 2021 de opgave had om 1 miljoen woningen te bouwen in tien jaar tijd. Volgens hem kan industrieel bouwen, gecombineerd met maatwerk per woning, bijdragen aan het sneller wegwerken van die opgave.

Dat is precies waar printen zijn meerwaarde zou moeten bewijzen: sneller bouwen zonder dat elk huis er identiek uitziet. Omdat een printer net zo makkelijk een ronde muur maakt als een rechte, hoeft een afwijkende plattegrond niet duurder te zijn. Dat opent de deur naar woningen die passen bij een krappe kavel of een ongewone hoek, zonder de meerkosten die bij traditioneel maatwerk horen.

Minder verspilling, maar nog geen wondermiddel

Een printer brengt alleen het beton aan waar het nodig is, in plaats van het in een bekisting te storten en overtollig materiaal weer te verwijderen. Dat scheelt afval op de bouwplaats. Ivo Jongsma van de TU Eindhoven zei daarover in 2018 tegen Omroep Brabant: "Maar deze techniek kan de bouw gaan veranderen." Hij voegde daaraan toe dat de ontwikkeling weleens sneller kan gaan dan mensen beseffen, al benadrukte hij ook dat er destijds nog veel uitgevonden moest worden.

Belangrijk is dat een geprint huis niet zomaar ergens mag verrijzen. De woningen moeten aan dezelfde strenge bouwvoorschriften voldoen als elk ander huis in Nederland. Een woordvoerder van bouwbedrijf Van Wijnen zei in datzelfde artikel dat vaklieden daarom allerminst overbodig worden: robotisering is volgens hem een aanvulling op het werk van de bouwvakker, niet een vervanging ervan. Dat installatiewerk, afwerking en de uiteindelijke controle nog altijd mensenwerk zijn, blijkt ook uit nieuwere projecten in de stad.

Van gelijkvloerse woning naar meerdere verdiepingen

De eerste geprinte woningen in Eindhoven hadden allemaal één woonlaag. Inmiddels is die beperking verdwenen. In de wijk Boschuil in Eindhoven zijn vier geprinte huizen gebouwd, verdeeld over twee modellen: het ene met drie verdiepingen en 127 vierkante meter vloeroppervlak, het andere met twee verdiepingen en 114 vierkante meter. Beide types hebben drie slaapkamers en zijn geschikt voor gezinnen tot vier personen. De geprinte onderdelen worden off-site in een fabriek gemaakt en pas op locatie samengevoegd, waarna bouwvakkers de binnenafwerking, deuren en dakbedekking voltooien.

Die combinatie van fabrieksproductie en afwerking op locatie lijkt op wat je ook ziet bij modulaire woningen die in de fabriek worden gemaakt. Het verschil is dat een printer geen kant-en-klare wanden plaatst, maar ze laag voor laag opbouwt op basis van een digitaal bestand. Beide technieken draaien om hetzelfde doel: sneller en voorspelbaarder bouwen dan met traditioneel metselwerk.

Niet de enige alternatieve bouwmethode

3D-printen is bovendien niet de enige manier waarop bouwers naar nieuwe materialen en methodes kijken. Zo is er onlangs in Weert een huis gebouwd van leem in plaats van steen, en bouwen anderen huizen van gerecyclede materialen zoals bij een earthship van autobanden en blikjes. Wat al deze technieken gemeen hebben, is dat ze proberen sneller, goedkoper of duurzamer te bouwen dan de klassieke steen-op-steen-methode. 3D-printen onderscheidt zich doordat het nog het dichtst bij de bestaande bouwregels en -materialen blijft: het is nog altijd beton, alleen op een andere manier aangebracht.

Voor wie zelf aan het verbouwen of (ver)bouwen is, is dat geruststellend. Je hoeft niet te wachten tot printtechniek overal beschikbaar is om van de ontwikkeling te profiteren. De lessen die eruit voortkomen, zoals minder materiaalverspilling en flexibelere plattegronden, sijpelen langzaam door naar reguliere bouwbedrijven.

Wat dit betekent voor de woningmarkt van morgen

Geprinte woningen zijn geen massaproduct geworden, maar de stap van één gelijkvloerse proefwoning naar meerdere projecten met gezinswoningen van drie verdiepingen laat zien dat de techniek volwassener wordt. Zolang de bouwvoorschriften hetzelfde blijven en vaklieden nodig blijven voor installaties en afwerking, zal een geprint huis voorlopig geen huis-tuin-en-keukenoplossing worden. Maar voor gemeentes die snel extra woningen willen realiseren op een lastige kavel, is het een optie die serieus wordt meegenomen in de plannen. Houd de ontwikkeling in de gaten: wat nu nog een opvallende uitzondering is in Eindhoven, kan over een paar jaar een standaardonderdeel zijn van de gereedschapskist van elke aannemer.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur schrijver

Ilias is architect die kleine ruimtes groot laat voelen, een talent dat hij ontwikkelde toen hij als student in een Amsterdams appartement van 28 vierkante meter woonde en ontdekte dat noodzaak echt de moeder van uitvinding is. Hij schrijft over ruimtelijke oplossingen, plattegronden en waarom die open keuken misschien toch niet zo'n goed idee was — een mening die hem niet populair maakt op feestjes, maar die elke bewoner van een open keuken stiekem beaamt als de visgeur door het hele huis trekt. Ilias studeerde architectuur in Delft en werkte bij meerdere bureaus voordat hij zich specialiseerde in woningrenovatie. Hij gelooft dat goed ontwerp niet gaat om vierkante meters maar om hoe je ze gebruikt, en schrijft met de overtuiging dat een slimme plattegrond meer verschil maakt dan een dure verbouwing. Zijn tekentafel is inmiddels digitaal, maar zijn oog voor ruimte is nog altijd analoog.