Normaal gesproken moet een gebouw minstens vijftig jaar oud zijn voordat een gemeente het serieus overweegt als monument. Het Van Schijndelhuis in Utrecht kreeg die status na zeven jaar. Nu staat het huis, verscholen op een binnenterrein aan het Pieterskerkhof, te koop voor 1,9 miljoen euro. Voor die prijs koop je niet zomaar een woning, maar een stukje Nederlandse architectuurgeschiedenis.
Een architect die zijn eigen droomhuis bouwde
Mart van Schijndel ontwierp het huis in 1992 voor zichzelf en zijn vrouw, architectuurhistorica Natascha Drabbe. Hij deed er zes jaar over. Van Schijndel studeerde af aan de Gerrit Rietveld Academie en was zijn hele carrière gefascineerd door het werk van Gerrit Rietveld, vooral door het Rietveld Schröderhuis. Die invloed zie je terug in de manier waarop hij ruimte behandelde: niet als iets vasts, maar als iets dat je kunt boetseren. "Ik boetseer de ruimte", zei hij er zelf over.
Het resultaat staat op de plek van een oude loods van een glashandel, midden in de binnenstad van Utrecht en toch volledig aan het zicht onttrokken. Je loopt via een afgesloten binnenterrein naar de glazen voordeur, en dan opent zich een woonkamer met een plafondhoogte van ongeveer zes meter en twee patio's die de hele dag licht naar binnen laten.
Wit dat helemaal niet wit is
Wat het huis architectonisch bijzonder maakt, is hoe subtiel het speelt met kleur en licht. Op het eerste gezicht lijkt vrijwel alles wit. In werkelijkheid gebruikte Van Schijndel tientallen halftinten die gedurende de dag van kleur veranderen. 's Ochtends krijgen ruimtes een gele gloed, de trap kleurt in de middag lichtjes lavendel, en in hoeken zonder direct zonlicht zorgt een zachte roze tint voor warmte. Ramen en deuren zijn niet op traditionele scharnieren bevestigd, maar hangen op siliconenlijm, een technisch experiment dat in 1992 nog nauwelijks was uitgeprobeerd in de woningbouw.
Die combinatie van ruimtelijk vernuft en technische durf leverde het huis in 1995 de Rietveldprijs op, de tweejaarlijkse Utrechtse architectuurprijs. De jury noemde het een sculpturaal ontwerp met een uitzonderlijk ruimtelijk inzicht. Vier jaar later, kort na het overlijden van Van Schijndel in 1999, plaatste de gemeente Utrecht het huis op de monumentenlijst. Daarmee werd het op dat moment het jongste monument van Nederland. Meer achtergrond over zijn werk en de bekroning vind je op Wikipedia.
Waarom dit huis nu pas te koop staat
Natascha Drabbe woonde er nog altijd, meer dan 25 jaar na de dood van haar man. Vanuit het huis richtte ze Iconic Houses Network op, een internationaal platform dat moderne architectuurmonumenten toegankelijk maakt voor publiek. Het Van Schijndelhuis fungeerde jarenlang zelf als voorbeeldproject: geopend voor rondleidingen, lezingen en publicaties. Dat een dergelijk huis nu op de markt komt, is dan ook een zeldzaamheid. Er wordt zelden een woning verkocht die tegelijk een gemeentelijk monument is, door de architect zelf voor eigen gebruik ontworpen, en nog altijd in vrijwel originele staat.
Het huis zelf is met 181 vierkante meter woonoppervlak niet overdreven groot, verspreid over een perceel van ruim 250 vierkante meter. Er zijn twee slaapkamers en twee badkamers, waarvan één met sauna, stoombad, solarium en bubbelbad, plus een overdekte privéparkeerplaats op het besloten binnenterrein. Wie meer wil weten over de verkoop zelf, leest dat bij FD.
Wat dit huis leert over bouwen op een onmogelijke plek
Het interessante aan het Van Schijndelhuis is niet alleen de kunstgeschiedenis, maar ook hoe het inspeelt op een probleem waar veel Nederlandse verbouwers tegenaan lopen: een kavel die eigenlijk te klein, te donker of te ingesloten is om iets moois van te maken. Van Schijndel loste dat op met patio's, hoge plafonds en een strakke lichtregie in plaats van extra vierkante meters. Dat principe is precies wat ook op kleinere schaal werkt bij een uitbouw in een dichtbebouwde straat: niet groter bouwen, maar slimmer met licht en ruimte omgaan.
Ook de manier waarop het huis is beoordeeld, zegt iets over hoe de architectuurwereld tegenwoordig naar nieuwe gebouwen kijkt. Net als bij de nominaties voor woongebouw van het jaar, telt niet alleen hoe een gebouw eruitziet, maar ook hoe het omgaat met een lastige locatie en met licht. Diezelfde afweging zie je terug bij een heel ander soort bijzondere woning: Villa Vals, die zich juist half in een berghelling verstopt in plaats van zich te laten zien.
Dit is wat een monumentenstatus in de praktijk betekent
Een monumentenstatus klinkt eervol, maar heeft ook praktische gevolgen voor wie het huis koopt. Ingrepen aan de gevel, de patio's of het kleurenschema van de wanden kunnen niet zomaar, omdat juist die elementen de reden zijn dat het huis beschermd is. Wie een monument koopt, koopt dus ook de verplichting om het te onderhouden zoals het ooit is bedacht. Voor de meeste kopers van een gewoon huis is dat geen overweging, maar het is precies waarom dit huis zo weinig gangbare vergelijkingsmateriaal heeft: het is geen belegging om te verbouwen, maar een stuk architectuur om te bewonen.
Voor wie zelf nooit 1,9 miljoen euro voor een monument neerlegt, blijft er wel een les over: licht en ruimte bepalen hoe een huis aanvoelt, veel meer dan het aantal vierkante meters. Dat inzicht is gratis, ook zonder Rietveldprijs op de deurmat.