Architectuur

Dit hotel in Zaandam bestaat uit zeventig gestapelde huizen

· 5 min leestijd

Rijd je over de A7 langs Zaandam, dan zie je hem al van ver: een gebouw van twaalf verdiepingen dat eruitziet als een stapel traditionele Zaanse huisjes, scheef op elkaar gezet alsof een kind net klaar is met bouwen. Het is geen optische illusie en ook geen tijdelijke installatie. Het is een echt hotel, het Inntel Hotel Amsterdam-Zaandam, en het bestaat sinds 2010 uit ongeveer zeventig aparte huisvormen die bovenop elkaar zijn gestapeld.

Wat begon als een opdracht voor een gewoon zakenhotel, werd een van de meest besproken gebouwen van Nederland. Architect Wilfried van Winden tekende een ontwerp dat de hele geschiedenis van de Zaanse huizenbouw in één gevel samenbalt, van statige herenhuizen tot eenvoudige arbeidershuisjes. Hieronder lees je hoe dat precies werkt, waarom één huis blauw is geschilderd, en waarom het ontwerp jarenlang voor ruzie zorgde tussen twee architecten.

Zeventig huizen in vier tinten groen

Het hotel telt geen verdiepingen met identieke gevels, maar losse huisvormen die stuk voor stuk een ander Zaans archetype naspelen. De meeste zijn geschilderd in een van vier groentinten, de kleur die je ook op de echte huisjes van de Zaanse Schans tegenkomt. Sommige steken schuin naar voren, andere hebben een erker of een puntdak dat net anders staat dan de buur erboven. Van Winden noemde zijn aanpak zelf Fusion Architecture: hij smeedt oud en nieuw samen in één constructie, in plaats van een replica van één historisch pand neer te zetten.

Het resultaat is dat je, als je goed kijkt, huistypen herkent die je ook in het echte Zaandam nog tegenkomt. Wie van zulke merkwaardige gebouwen houdt, heeft ook iets aan het verhaal over de watertoren in Utrecht die nu een luxe woonhuis is: een heel ander gebouw, maar wel dezelfde gedachte dat je een bestaande vorm een compleet nieuwe functie kunt geven.

Het blauwe huis is een eerbetoon aan Monet

Tussen alle groene gevels valt één huis meteen op: een helderblauw huisje, hoog in de stapel. Dat is geen toeval. Claude Monet woonde in 1871 vier maanden in Zaandam en schilderde er tientallen doeken, waaronder een blauw huis aan de Hogendijk met zijn vrouw en zoon op het schilderij. Dat pand staat er trouwens nog, en werd in 2014 weer blauw geschilderd naar aanleiding van Monets werk, zoals ook op de Wikipediapagina over het hotel te lezen is.

Van Winden gebruikte die geschiedenis als uitgangspunt voor zijn ontwerp. Het blauwe huis in de gevel is daardoor niet alleen een visuele grap, maar een verwijzing naar het moment dat Zaandam internationaal op het schilderspalet belandde. Het is dezelfde soort laag onder de oppervlakte die je ook ziet bij het smalste huis ter wereld in Warschau, waar de vorm van het gebouw ook meer vertelt dan je op het eerste gezicht denkt.

Een ruzie tussen twee architecten

Het idee van gestapelde Zaanse huisjes kwam niet uit het niets. Stedenbouwkundige Sjoerd Soeters had het centrum van Zaandam al jaren eerder heringericht met historische straatpatronen en opgeschaalde elementen uit de Zaanse Schans. Toen Van Winden zijn hotelontwerp presenteerde, voelde Soeters zich gepasseerd: hij stelde dat het concept van gestapelde huizen eigenlijk van hemzelf kwam, niet van Van Winden. De discussie haalde destijds de Nederlandse architectuurpers en duikt nog steeds op in wandelroutes door Zaandam die langs het hotel voeren.

Dat soort conflicten komt vaker voor in de architectuurwereld dan je zou denken, vooral bij gebouwen die opvallend genoeg zijn om prijzen te winnen. Het Inntel Hotel werd in 2016 door CNN uitgeroepen tot een van de meest ongewone hotels op aarde, en dat soort erkenning maakt de vraag wie het eerst bedacht heeft, ineens een stuk belangrijker.

Waarom dit ontwerp werkt en een kopie van één huis niet

Het makkelijkste verwijt aan dit soort gebouwen is dat het nep is, een pretpark-versie van echte Zaanse architectuur. Toch werkt het juist doordat Van Winden niet één huis een paar keer kopieert, maar telkens een andere gevel, dakvorm en raamindeling gebruikt. Daardoor ontstaat ritme in plaats van herhaling, en dat is precies waar veel goedkopere imitaties de mist in gaan. Een enkel huis stapelen levert een toren op die saai wordt zodra je hem van een afstand ziet. Zeventig verschillende huizen stapelen levert een gevel op die je blijft bestuderen.

Diezelfde les geldt trouwens net zo goed op kleinere schaal. Het gebouw doet in het groot wat je ook terugzag bij de ondersteboven huizen in Polen en Friesland: zodra je een vertrouwde vorm op een onverwachte manier combineert, ontstaat er iets dat mensen zich blijven herinneren. Niet omdat het gek is om het gek te zijn, maar omdat de vorm een idee vertelt.

Wat je hiervan leert voor je eigen verbouwing

Je gaat natuurlijk geen hotel van twaalf verdiepingen in je achtertuin zetten, maar het principe is ook op kleine schaal te gebruiken. Een uitbouw die precies de dakhelling van je buren kopieert, valt niet op. Een uitbouw die een eigen vorm krijgt maar wel in dezelfde kleurenfamilie blijft, zoals het Inntel Hotel met zijn groentinten doet, oogt juist samenhangend in plaats van willekeurig. Kijk dus niet alleen naar wat een vorm anders maakt, maar ook naar wat hem laat passen bij zijn omgeving.

Het Inntel Hotel bewijst ook dat een gebouw niet per se historisch waardevol hoeft te zijn om toch een verhaal te vertellen. Het is pas vijftien jaar oud, en toch verwijst het naar schilderijen uit 1871 en naar huizen die er al honderden jaren staan. Die laag aan betekenis is precies wat een gewoon gebouw omzet in iets waar mensen speciaal voor naar Zaandam komen kijken.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur schrijver

Ilias is architect die kleine ruimtes groot laat voelen, een talent dat hij ontwikkelde toen hij als student in een Amsterdams appartement van 28 vierkante meter woonde en ontdekte dat noodzaak echt de moeder van uitvinding is. Hij schrijft over ruimtelijke oplossingen, plattegronden en waarom die open keuken misschien toch niet zo'n goed idee was — een mening die hem niet populair maakt op feestjes, maar die elke bewoner van een open keuken stiekem beaamt als de visgeur door het hele huis trekt. Ilias studeerde architectuur in Delft en werkte bij meerdere bureaus voordat hij zich specialiseerde in woningrenovatie. Hij gelooft dat goed ontwerp niet gaat om vierkante meters maar om hoe je ze gebruikt, en schrijft met de overtuiging dat een slimme plattegrond meer verschil maakt dan een dure verbouwing. Zijn tekentafel is inmiddels digitaal, maar zijn oog voor ruimte is nog altijd analoog.