Aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht staat een gebouw waar niemand meer naar omkeek, tot een particuliere eigenaar het in 2012 kocht. Het was een verwaarloosde watertoren, rijksmonument, dichtgetimmerd en al jaren buiten gebruik. Tien jaar later is het een woonhuis van 400 vierkante meter met een uitzicht dat de meeste Utrechters alleen van een vliegtuig kennen.
Architectenbureau Zecc, gespecialiseerd in het ombouwen van kerken, silo's en industriële gebouwen, kreeg de opdracht om van de cilindervormige schil een volwaardig thuis te maken. Tussen 2020 en 2022 werd de toren van binnenuit compleet omgebouwd, met behoud van het monumentale casco aan de buitenkant.
Van vervallen waterreservoir tot penthouse met zicht op de Dom
Het opvallendste onderdeel van de verbouwing zit helemaal bovenin. Waar ooit het waterreservoir zat dat heel Utrecht-Noord van drinkwater voorzag, is nu de hoofdwoning te vinden. Zecc plaatste rondom grote ramen onder de originele stalen kapconstructie, zodat je vanuit de woonkamer 360 graden om je heen kijkt, inclusief een vrij zicht op de Domtoren aan de horizon.
De hoofdwoning beslaat zes verdiepingen en telt zo'n 400 vierkante meter, verdeeld over een woonkamer, keuken, slaapkamers en een badkamer, allemaal met elkaar verbonden via een centrale trap en lift. Wonen in een toren betekent wonen in lagen: elke verdieping heeft zijn eigen functie, in plaats van de gebruikelijke indeling naast elkaar.
Zes verdiepingen, drie studio's en een horecaruimte beneden
De toren doet meer dan alleen dienst als privéwoning. Onderin, waar de muren dikker zijn en het gebouw breder wordt, bouwde Zecc drie compacte studio-appartementen van ongeveer 60 vierkante meter elk. Op de begane grond kwam ruimte voor horeca of een andere commerciële functie, zodat de toren ook overdag een rol in de buurt vervult en niet alleen 's avonds licht laat branden.
In totaal gaat het om 640 vierkante meter gebruiksoppervlak en 920 vierkante meter bruto vloeroppervlak, verdeeld over een gebouw dat oorspronkelijk nooit bedoeld was om in te wonen. Zo'n herbestemming vraagt om een heel andere aanpak dan een gewone verbouwing: ook bij het Van Schijndelhuis in Utrecht bleek dat een monumentenstatus de verbouwing allesbehalve eenvoudig maakt.
Licht vangen in een ronde toren is knap lastig
Een watertoren is nooit ontworpen met bewoners in gedachten. De muren zijn dik, ramen waren er nauwelijks en de vorm is rond in plaats van rechthoekig, wat standaard meubels en indelingen lastig maakt. Zecc moest nieuwe openingen maken zonder de monumentale schil aan te tasten, en bedacht een looplijn die zich om de kern van trap en lift heen wikkelt.
Buitenruimte vormde een ander probleem. Een cilinder heeft geen platte gevel om een balkon aan te hangen, dus moest die ruimte binnen de contouren van de toren zelf gevonden worden, onder meer met een terras dat wegvalt in de ronding van de gevel. Vanuit de begane grond loop je via een trap omhoog langs vensters op wisselende hoogtes, zodat er net genoeg daglicht binnenkomt zonder dat de monumentale gevel doorspekt raakt met te veel nieuwe openingen. Het resultaat oogt speels, maar elke vierkante meter is het gevolg van een afweging tussen wat de monumentenzorg toestond en wat een gezin nodig heeft om er prettig te wonen.
Waarom steeds meer Nederlandse watertorens een tweede leven krijgen
Nederland telt honderden watertorens die hun oorspronkelijke functie kwijt zijn sinds drinkwaterbedrijven overstapten op grotere, centrale opslag. Veel torens staan er dus al decennia bij zonder taak, terwijl de monumentenstatus sloop meestal onmogelijk maakt.
Dat maakt herbestemming vaak de enige haalbare optie. In Zandvoort wordt op dit moment gewerkt aan De Nieuwe Watertoren, een vergelijkbaar project waarvan de oplevering gepland staat in het tweede kwartaal van 2026, en ook elders in het land duiken watertoren-woningen op in de verkoopbrochures van makelaars. Het past in een bredere beweging waarbij opvallende gebouwen niet meer worden gesloopt maar juist worden uitgelicht, zoals ook te zien is bij dit Poolse huis dat gebouwd is als een doorgesneden boomstam of bij de kanshebbers voor woongebouw van het jaar 2026.
Voor gemeentes is dat ook praktisch: een leegstaande toren trekt op termijn vandalisme en verval aan, terwijl een bewoonde toren onderhouden blijft zonder dat de gemeente er zelf in hoeft te investeren. Zolang de monumentenstatus overeind blijft, verdwijnt het silhouet van de toren niet uit de skyline, wat bij sloop wel het geval zou zijn.
Dit is wat de volgende torenkoper nog moet uitzoeken
Wie zelf droomt van een watertoren als woonhuis, moet rekening houden met een langer en duurder traject dan bij een gewoon huis. Rijksmonumenten vallen onder strenge regels van de monumentencommissie, funderingen zijn vaak niet berekend op extra verdiepingsvloeren, en een architect met ervaring in dit soort transformaties is geen overbodige luxe. De toren aan de Amsterdamsestraatweg deed er tien jaar over, van aankoop tot oplevering.
Toch laat dit project zien dat een gebouw zonder duidelijke toekomst niet per se leeg hoeft te blijven staan. Met het juiste bureau en genoeg geduld wordt een verlaten waterreservoir een woonkamer met uitzicht over de hele stad, en dat is precies het soort transformatie waar steeds meer huizenzoekers in Nederland naar op zoek zijn.