Interieur

Slopen is uit, blootleggen is in bij jaren 30 huizen

· 6 min leestijd

De grote sloophamer is niet meer het symbool van een geslaagde verbouwing in een vooroorlogs huis. Steeds vaker zie je het omgekeerde gebeuren: nieuwe bewoners van een jaren 30 woning of een interbellumpand halen juist alles weg wat hun voorgangers in de jaren 70 en 80 hebben toegevoegd. Verlaagde plafonds eruit, multiplex van de schouw, behang van de paneeldeuren. Eronder zit precies wat ze hoopten te vinden.

Op Reddit groeit de subreddit r/centuryhomes inmiddels naar ruim 100.000 leden, met bijna dagelijks een post van iemand die roept "ik heb de muurloterij gewonnen". Onder een laagje gips zit een originele schouw, een glas-in-loodpaneel of een complete plafondrozet. In Nederland zie je dezelfde beweging, alleen dan onder ons eigen stuc en onze eigen jaren 80 wandafwerking.

Waarom mensen ineens dit verleden willen zien

Twee dingen vallen samen. Aan de ene kant zijn de prijzen voor goede ambachtelijke afwerking de afgelopen jaren fors gestegen. Een nieuwe stucplafond met ornamenten laten maken kost al snel meer dan een complete keuken. Wat al in je huis zit, is daarmee plots geld waard.

Aan de andere kant kantelt de smaak. De makelaarsstandaard van wit, glad en strak heeft een tegenreactie opgeroepen. Vogue NL noemt de "geleefde woonkamer" als bepalende trend, en daar horen patine, hout en zichtbare leeftijd bij. Een glad plafond van gipsplaten past niet bij dat verhaal. Een licht onregelmatige stuclaag met een rozet erin wel.

Het effect zie je ook terug in de markt voor renovatie. Aannemers melden dat ze meer offerteaanvragen krijgen voor het terugbrengen van originele details dan voor het verwijderen ervan. Dat was tien jaar geleden andersom. Onze recente analyse van de terugkeer van de verdiepte zithoek laat een vergelijkbare beweging zien: wat ooit gedateerd voelde, wordt nu juist als kenmerkend gezien.

Welke originele details het meest worden teruggehaald

De ervaring van restaurateurs en stukadoors wijst op een vaste top vijf. Plafondornamenten staan bovenaan, omdat ze in vrijwel elke woning van voor 1940 ooit hebben gezeten. Vaak zitten ze nog letterlijk boven een verlaagd plafond, in goede staat, omdat niemand ooit de moeite heeft genomen om ze te slopen.

Daarna komen paneeldeuren. Vier of vijf paneeltjes met sponningen, vaak overgeschilderd in matwit of weggewerkt met een gladde mdf laag. Een uurtje afbijtmiddel laat zien wat eronder zit. Lambriseringen staan op drie, vaak verstopt achter behang in de gang of het trappenhuis. Op vier de oorspronkelijke vurenhouten vloeren onder vloerbedekking of laminaat, en op vijf de marmeren of stenen schouwen die in de jaren 80 dichtgetimmerd zijn met spaanplaat en een gashaard.

Glas in lood is een aparte categorie. Veel originele kozijnen zijn rond 1980 vervangen voor enkelglas of dubbelglas zonder de oude paneeltjes, maar in zolders en bovenramen overleefden ze vaak.

Wat blootleggen daadwerkelijk kost

Een eerlijk woord over het geld. Romantiek is leuk, maar restauratie is duurder dan slopen. Een stukadoor die een beschadigde rozet kan bijwerken rekent al snel 60 tot 100 euro per uur, en je bent zelden in één dag klaar. Voor een gemiddeld plafond met één rozet, lijsten rondom en wat herstelwerk reken je vlot op 1.500 tot 3.500 euro per kamer.

Paneeldeuren afbijten doe je zelf voor 50 euro aan materiaal per deur, maar je bent er een weekend per deur mee bezig. Een schouw vrijhakken kost niets aan materiaal, alleen tijd en bereidheid om met stof te leven. Vurenhouten vloeren schuren en oliën komt bij een gemiddelde kamer uit op 40 tot 60 euro per vierkante meter inclusief afwerking, waarbij de prijs zakt naarmate je meer meters laat doen.

De optelsom maakt dat blootleggen van een complete benedenverdieping in een jaren 30 huis op zo'n 12.000 tot 25.000 euro uitkomt. Dat klinkt veel, totdat je het afzet tegen wat een gemiddelde keuken of badkamer tegenwoordig kost. Voor veel renovators is dit budget bovendien beter te plannen dan een grote ingreep, omdat je per kamer kunt werken zonder dat het hele huis stilstaat.

Hoe je weet wat er onder zit voor je begint

Niet elk vooroorlogs huis is een schatkamer. Het loont om te weten waar je naar kijkt voordat je gaat slopen. Een paar betrouwbare signalen:

  • Hoogte van het plafond. Een ruimte van meer dan 2,90 meter wijst meestal op een verlaagd plafond eronder. Het origineel zit daar nog.
  • Onverklaarbare hobbels in muren. Vaak een aanwijzing voor een dichtgestucte deur of een oude lambrisering die ooit is wegwerkt.
  • Een schoorsteen die overal doorloopt maar nergens een schouw heeft. Negen van de tien keer zit die schouw nog achter een wand of voorzetwand.
  • Brede kozijnomlijstingen die niet bij de deur passen. Hier zat een paneeldeur. De huidige vlakke deur is ingekort en bijgesteld.

De aanpak die de meeste schade voorkomt is voorzichtig en in fasen. Begin met één hoek of één raam. Wat je vindt, bepaalt of het zin heeft om door te gaan. Wikipedia heeft een goed overzicht van de soorten stucwerk en hun typische periode, wat helpt om in te schatten of het origineel is. Voor wie verder wil duiken in de bouwstijl, geeft de pagina over interbellumarchitectuur de bredere context van het werk dat tussen 1918 en 1940 in deze huizen is gestoken.

Waar de meeste fouten worden gemaakt

De grootste valkuil is enthousiasme zonder plan. Iemand vindt een rozet, sloopt het hele plafond in één weekend, en zit dan met scheurende stuclaag omdat de onderliggende plafondbalken bewogen hebben. Een verlaagd plafond verwijder je het beste van buiten naar binnen, zodat je per vak controleert wat eronder zit en kunt stoppen waar het origineel beschadigd is.

Tweede fout: schilderen vlak nadat je een laag hebt verwijderd. Oud stucwerk en oud hout moeten kunnen ademen en uitharden. Een dag of zes wachten is geen tijdverlies, het voorkomt vlekken en barstjes.

Derde fout, en deze zie je vooral bij paneeldeuren: het origineel beschilderen in modern matwit. De oude verflagen waren satinglans of zijdeglans, en in dat licht komen de profielen pas tot hun recht. Mat absorbeert het schaduwspel waar de deur op was ontworpen. Voor wie de balans tussen oud en nieuw beter wil begrijpen, zit er ook een les in de comeback van de boogdoorgang: vorm bepaalt licht, en licht bepaalt hoe een ruimte voelt.

Wat dit nu betekent voor jouw verbouwing

Als je in een huis woont van voor 1940 en je staat op het punt om te verbouwen, doe één ding voor je iets anders besluit. Haal in elke kamer een halve vierkante meter weg van wat je vermoedt dat een latere toevoeging is, en kijk wat eronder zit. Dat kost een middag en kan je verbouwingsplan compleet omgooien, vaak in je voordeel.

De waarde van originele details in de markt stijgt sneller dan die van algehele nieuwbouw-afwerking. Een makelaar die de regio kent, kan het nu al zien aan vraagprijs en doorlooptijd: huizen met intact stucwerk, paneeldeuren of een schouw verkopen sneller en hoger dan vergelijkbare panden waarin alles is gladgestreken. Voor veel renovators is dat een betere reden om voorzichtig te slopen dan welke trend dan ook.

M
Geschreven door Maarten de Groot Verbouwing & klussen schrijver

Maarten is timmerman met twintig jaar ervaring in de woningbouw en de littekens om het te bewijzen — inclusief dat ene ongelukkige incident met een decoupeerzaag waar hij liever niet over praat. Hij schrijft over verbouwen, klussen en renovatie met de nuchterheid van iemand die alles al een keer heeft zien misgaan, van instortende scheidingswanden tot waterleidingen die precies op vrijdagmiddag besluiten te lekken. Maarten begon als leerling-timmerman bij een kleine aannemer in Brabant en bouwde zijn kennis op van fundering tot dakkapel. Hij gelooft dat goede voorlichting de helft van de klussen voorkomt die hij later moet repareren, en schrijft daarom met het geduld van iemand die het al duizend keer heeft uitgelegd. Zijn motto: meet twee keer, zaag een keer, en lees eerst Maartens artikel.