Rij door een willekeurige nieuwbouwwijk en je ziet het meteen: voortuinen vol grijze tegels, een enkel potje aan de rand, verder niets. Maar die stenen tuin is bezig aan een langzame aftocht. Steeds meer huiseigenaren ruilen hun bestrating in voor beplanting die insecten aantrekt in plaats van afstoot, en dat is niet alleen een kwestie van smaak.
Meer dan een derde van de tuinen ligt vol steen
In Nederland is nog altijd ruim een derde van de tuinen voor de helft of meer betegeld. Dat klinkt onschuldig, maar het heeft directe gevolgen. Stenen warmen op tijdens hete dagen en geven die warmte 's avonds weer af, waardoor je tuin en woning langer heet blijven. Bij stevige regenbuien kan het water nergens heen, want het loopt niet weg in verharde grond. De actie NK Tegelwippen laat gemeenten onderling strijden om de meeste tegels eruit te halen, precies om deze twee problemen aan te pakken: hittestress en wateroverlast.
Het gevolg van al die steen merk je ook in de tuin zelf. Insecten mijden verharde grond, en zonder insecten geen bestuiving van je fruitboom of bessenstruik. Wie zijn tuin dit jaar aanpakt, kiest daarom steeds vaker eerst voor minder steen en pas daarna voor de invulling eromheen.
Inheemse planten doen het beter dan geïmporteerde bestsellers
De tweede verschuiving zit in wát er dan wel de grond in gaat. Waar tuincentra jarenlang vooral exotische siergewassen pushten, kiezen tuinbezitters nu bewuster voor soorten die van nature in Nederland groeien. Toorts en trilgras duiken opvallend vaak op in tuinontwerpen, simpelweg omdat ze tegen ons klimaat kunnen en weinig water of mest nodig hebben.
Dat is ook waar bijen, vlinders en andere bestuivers op afkomen. IVN wijst erop dat inheemse bloemen precies aansluiten op het ritme van lokale insecten, terwijl veel gekweekte hybriden nauwelijks nectar bevatten. Een border met wilde marjolein, look-zonder-look of grote kattenstaart trekt binnen een seizoen merkbaar meer leven aan dan diezelfde meter met petunia's uit de bouwmarkt.
Wil je je tuin al helemaal opnieuw indelen? Dan sluit dit mooi aan op de trend richting organische vormen, want strakke rechte border langs een gazon werkt minder goed voor natuurlijke beplanting dan glooiende vakken.
Je gazon hoeft niet perfect kort te blijven
Een derde verandering is misschien wel de simpelste: minder maaien. Een gazon dat om de week tot op de wortel wordt kortgehouden, biedt vrijwel niets aan insecten. Laat je het gras een paar centimeter langer staan, of maai je een strook helemaal niet, dan krijgen klaver en madeliefjes de kans om te bloeien. Dat is meteen voedsel voor bijen die vroeg in het seizoen wakker worden en nog weinig andere opties hebben.
Hetzelfde geldt voor bladafval in het najaar. Het is verleidelijk om alles direct op te ruimen, maar een hoopje bladeren in een hoek van de tuin is winterschuilplaats voor egels en insecten. Pas in het vroege voorjaar, als het echt weer warmer wordt, ruim je het definitief op.
Wat dit kost, en wat het oplevert
De omslag hoeft niet duur te zijn. Tegels eruit halen kan in fases, en veel gemeenten bieden inmiddels een gratis tegeltaxi of een vergoeding per verwijderde tegel aan. Wie tegelijk zijn tuin voorbereidt op droogte, combineert dit vaak met een regenton die water opvangt voor droge periodes. Inheemse beplanting is bovendien goedkoper in onderhoud dan de kwetsbare exoten die je elk jaar opnieuw moet vervangen.
Wat je er wel voor terugkrijgt, is een tuin die het hele seizoen leeft. Waar een strak grasveld met een border eenheidsworst in mei bloeit en daarna stilvalt, geeft een gemengde border van inheemse soorten van maart tot oktober bloei, en dus insecten, vogels en beweging. Voor wie toch al bezig is met de overstap van schutting naar haag, is dit het logische vervolg: de hele buitenruimte inrichten als iets dat leeft in plaats van iets dat er alleen maar netjes uitziet.
Wat je waar plant, hangt af van je tuin
Een zonnige, droge border vraagt om andere soorten dan een schaduwrijk hoekje achter de garage. Op zon doen wilde marjolein, duizendblad en het eerder genoemde toorts het goed, en die combinatie bloeit van juni tot in september. In de schaduw kies je juist voor bosanemoon en look-zonder-look, planten die van nature onder bomen en struiken groeien en dus ook prima gedijen naast een schutting of onder een boom in je tuin. Twijfel je over de grondsoort, dan geeft een simpele vuistregel houvast: kijk wat er in de bermen en groenstroken bij jou in de buurt groeit, want die planten staan daar niet toevallig.
Waar je het beste kunt beginnen
Begin niet met de hele tuin om te ploegen. Kies één hoek of border, haal daar de tegels weg en zet er drie tot vijf inheemse soorten in die na elkaar bloeien. Laat een randje gras staan zonder maaibeurt. Binnen een seizoen zie je het verschil in het aantal insecten dat langskomt, en dat is uiteindelijk de beste reclame om de rest van de tuin ook aan te pakken.