Een tuinhuis dat net iets te hoog uitvalt, lijkt een kleinigheid. Toch besliste de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 mei 2026 dat een overschrijding van hooguit 28 centimeter genoeg is om een dwangsom overeind te houden (ECLI:NL:RVS:2026:3018). De eigenaar in de gemeente Nieuwkoop moest alsnog rekening houden met een last onder dwangsom van 2.000 euro per maand, met een maximum van 20.000 euro. Niet omdat de buren er last van hadden, maar omdat de regels geen centimeter extra toestaan.
Wat was er precies aan de hand
Metingen op 17 januari 2023 en 23 oktober 2023 lieten een hoogte van respectievelijk 3,26 en 3,28 meter zien. De maximale bouwhoogte voor een vergunningvrij tuinhuis zonder schuin dak, dat grotendeels verder dan 4 meter van het hoofdgebouw staat, is 3 meter. Dat staat in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De eigenaar zat daar dus 26 tot 28 centimeter boven, en dat bleek genoeg voor de gemeente om te handhaven.
De eigenaar voerde aan dat het tuinhuis wél vergunningvrij was onder het nieuwe omgevingsplan, de zogeheten bruidsschat. Artikel 22.36 van die regels zou volgens hem ruimte bieden. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak van 3 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2645) en concludeerde dat artikel 22.36 dezelfde strekking heeft als artikel 2 van bijlage II Bor, met dezelfde meetmethode. Het tuinhuis voldeed dus ook onder het nieuwe recht niet aan de voorwaarden. Twee verschillende regelingen, dezelfde uitkomst.
Waarom 'maar 28 centimeter' toch telt
Het meest opvallende onderdeel van de uitspraak is het proportionaliteitsargument. De eigenaar stelde dat handhaving bij zo'n geringe overschrijding onevenredig zou zijn, zeker omdat de buren er geen hinder van ondervonden. De Afdeling ging daar niet in mee. Een overschrijding van 28 centimeter die geen gevolgen heeft voor omwonenden, maakt handhaving volgens de rechter niet onevenredig. Met andere woorden: de centimeters op papier wegen zwaarder dan de feitelijke overlast in de praktijk.
Dat is slecht nieuws voor wie denkt dat een beetje marge geen kwaad kan. Bij een overkapping gelden vergelijkbare harde grenzen, en ook bij een pergola blijkt de definitie op papier uiteindelijk te bepalen wat mag. Een tuinhuis van 3,28 meter voelt in de praktijk niet anders dan een tuinhuis van 3 meter, maar voor de wet is het een ander gebouw.
Waarom gemeenten zo strikt meten
Voor een gemeente is het meten van een tuinhuis geen kwestie van interpretatie. De grens van 3 meter uit bijlage II Bor is een harde lijn, geen richtlijn. Dat maakt handhaving voorspelbaar: zodra een meting boven die grens uitkomt, is er een overtreding, los van de vraag of iemand daar last van heeft. Precies dat maakte het beroep van de eigenaar in Nieuwkoop kansloos. Hij voerde aan dat de overschrijding te klein was om serieus te nemen, maar de Afdeling toetst niet op gevoel. Ze toetst op de meter.
Dat verklaart ook waarom de uitkomst niet verandert als je de regels van het omgevingsplan erbij pakt in plaats van het Bor. Beide regelingen gebruiken dezelfde meetmethode voor de bouwhoogte. Een tuinhuis dat onder het Bor te hoog is, is dat vrijwel altijd ook onder de bruidsschat van het omgevingsplan. Wie denkt dat de overstap naar de Omgevingswet in 2024 nieuwe ruimte zou bieden om net iets hoger te bouwen, komt dus bedrogen uit.
Hoe je dit zelf voorkomt
Wil je een tuinhuis plaatsen zonder vergunningstraject, dan moet je op meer letten dan alleen de bouwhoogte op de verpakking van het bouwpakket:
- Meet de hoogte na plaatsing, inclusief dakrand en eventuele fundering. Een paar centimeter extra door een verhoogde vloer telt gewoon mee.
- Houd rekening met de afstand tot het hoofdgebouw. Binnen 4 meter gelden andere, strengere regels dan daarbuiten.
- Check of je gemeente al werkt met een omgevingsplan met eigen regels, of nog onder de bruidsschat valt. De meetmethode is vaak gelijk, maar de bewijslast ligt bij jou als je ervan afwijkt.
- Vraag bij twijfel een vergunningscheck aan via het Omgevingsloket voordat je gaat bouwen, niet erna.
Twijfel je of je bouwplan überhaupt vergunningvrij is, dan is dat vaker het geval dan je zou denken. Vergunningsvrij bouwen is lang niet altijd echt vergunningvrij, en net als bij dit tuinhuis zit het verschil vaak in details die je makkelijk over het hoofd ziet.
Wat je hieraan hebt als je al een tuinhuis hebt staan
Heb je al een tuinhuis staan dat misschien net te hoog is? Dan loont het om het zelf te meten voordat de gemeente dat doet. Een handhavingstraject begint vaak met een melding van een buur of een routinecontrole, niet met een vooraankondiging. Blijkt je tuinhuis te hoog, dan heb je in de praktijk drie opties: de hoogte aanpassen, alsnog een omgevingsvergunning aanvragen, of het risico lopen op een dwangsom die in deze zaak kon oplopen tot 20.000 euro.
Het verschil tussen een vergunningvrij tuinhuis en een vergunningplichtig bouwwerk zit dus niet in hoe het aanvoelt in je tuin, maar in een meting tot op de centimeter. Die 28 centimeter kostten de eigenaar in Nieuwkoop uiteindelijk het hoger beroep, en daarmee het laatste excuus om onder de dwangsom uit te komen. Zie je de volledige uitspraak als je precies wilt weten hoe de Afdeling tot dat oordeel kwam.